Veerkracht
De dagen worden langer. Er worden ons deze week enkele streepjes zon beloofd… Maar daar smacht onze ziel ook echt wel naar, zo blijkt.
…
Januari en februari zijn de maanden waarin zelfdoding het meeste voorkomt.
We hebben het helaas mogen ervaren.
Moeten ervaren.
Het snijdt door de ziel van de gemeente.
Er is veel preventie, maar de cijfers zijn toch altijd confronterend en de wereld achter de cijfers is dat nog veel meer. Hartverscheurend verdriet, de grond die onder je voeten splijt, onmacht, vragen die nooit beantwoord zullen worden…
Veel ouders, veel grootouders, echt veel, maken zich zorgen om een kind of kleinkind.
Daarom willen we vandaag het licht van Gods Woord laten schijnen
op de complexe menselijke ziel en haar vaak vermoeiende zoektocht naar gelukkig zijn.
Als er één boek over de ziel gaat, dan is het wel dat van de psalmen. Ongecensureerd klinken alle emoties door.
Ps 69:24: Giet uw gramschap uit over hen!
Ps 22: Mijn God, mijn God, waarom hebt u mij verlaten?
Ps 42: tranen zijn mijn brood!
Maar ook:
Ps 16:11: In Uw nabijheid is vreugde in overvloed…
Ps 23:1: De Heer is mijn herder, het ontbreekt mij aan niets!
De psalmschrijvers storten hun ziel uit, in het positieve en in het negatieve. Het zijn de songwriters van toen.
De negatieve gevoelens worden heel rauw uitgeschreeuwd! Soms verzen en verzen lang… soms denk je: wat?! Is dat de Bijbel? Iemand wenst dat de kinderen van Babel tegen de rots gegooid worden… !! Pure hardrock, dead metal!
Je vindt er van alles in, gedachten die naar God worden gestuurd. Maar er is een verschil met vandaag. De psalmen blijven doorgaans niet staan bij de emotie. Ze zoeken juist een weg daaruit. Daarin zijn ze anders dan veel liederen of video’s op sociale media op vandaag: die laten je juist meer en veel meer zien van wat je zoekt, van waar je op een bepaald moment van houdt. Heb je liefdesverdriet, dan krijg je honderden songs die met je weeklagen. Ze voeren je mee in steeds meer van die gedachten… Het kan troostend zijn om te weten dat je daarin niet alleen bent, maar het kan ook je ziel naar beneden trekken en je laten verdrinken in je bittere tranen.
In psalm 42 komt er een hartverscheurende jammerklacht binnen!
Al uw golven slaan zwaar over mij heen; er staat vloed spreekt tot vloed, het water van de oceaan der omstandigheden beslist: ik ben speelbal van een jammerlijk lot. Waarom ga ik in het zwart? Het gaat door merg en been (als een dodelijke wond in het binnenste van mijn beenderen, staat er), het kan niet dieper gaan!)
En daarbij vragen mensen ook nog: waar is nu je God, zie je, Hij doet niets voor je!!
Dat is misschien nog het pijnlijkst van al: dat de enige hoop die je nog hebt, wanneer alles jou is afgepakt, dat ze die hoop bespotten en kleineren, kleiner maken tot jouw geloof erin helemaal is opgedroogd.
Wat een nood heeft de schrijver om God werkelijk weer te ontmoeten !!
Maar zoals ik zei: het blijft niet bij klagen, in de psalmen. Doorgaans komt er dan weer iets positiefs. De Heer zal mij redden. Ooit zal ik weer juichen… Heer, u bent mijn toevlucht en mijn sterkte…
En hier leren we de belangrijkste les aangaande de ziel: je negatieve emoties mogen er zijn, zelfs in hun ruwste vorm, maar ze mogen je niet blijvend overweldigen!
Zo schrijft Paulus: Efeziërs 4:26:
Als u boos wordt, zondig dan niet; laat de zon niet ondergaan over uw boosheid.
Met andere woorden, wees even boos, geef daar even uiting aan, maar pak jezelf dan weer samen, anders ga je een zonde begaan; je gaat anderen pijn doen, anderen die er niets mee te maken hebben. Je roept op je man, je geeft je kind ervan langs en je schopt de hond. Als die hond vervolgens de postbode bijt, dan heb je heel wat op je geweten.
Denk aan Kaïn, hij werd nog door God verwittigd, dat hij zijn jaloezie niet verder moest voeden, maar hij negeerde de waarschuwing en nam uiteindelijk het leven van zijn broer Abel en daarmee verpestte hij ook zijn eigen leven en dat van zijn ouders.
Je boosheid blijven voeden lost nooit iets op, integendeel, kan wel nieuwe desastreuze gevolgen hebben.
Ook over verdriet, schrijft Paulus bijvoorbeeld: 1 Tessalonicenzen 4:13:
We willen niet, broeders, dat u onwetend blijft over degenen die ontslapen zijn, opdat u niet verdrietig bent, zoals de anderen die geen hoop hebben.
Ook hier weer: verdriet kan, maar laat je verdriet niet oeverloos zijn, ga er niet in verzinken.
Als dat wel gebeurt, heb je hulp nodig. De Bijbel spreekt dan over ‘een geest van’. Als je bijvoorbeeld steeds meer angst toelaat in je leven, word je op den duur overal bang voor. Dan lijd je aan een geest van angst.
Psalm 42 roept op tot zelfreflectie: denk na over jezelf en je emoties: in hoeverre laat ik mij daardoor beïnvloeden? De schrijver spreekt zichzelf aan: mijn ziel, waarom ben je zo diep bedroefd?
Je verstand of je geest spreekt tegen je ziel en zorgt ervoor dat het niet gaat escaleren, dat het verdriet niet gaat domineren, dat je er geen slaaf van wordt voor de rest van je dagen!
Het is best uitdagend om jezelf op die manier toe te spreken, verdriet, boosheid, jaloezie, angst, voelen soms juist.
Maar regelmatig moeten we onszelf onderzoeken, onszelf weer oprapen en onszelf bemoedigende en liefdevolle woorden toespreken;.
Wat God als een soort van regel aangeeft: laat de zon niet over je boosheid komen, dat is een bescherming. In verdriet en boosheid moeten wij tegen onszelf beschermd worden.
Wij laten onszelf vaak vangen of we zetten ons gevangen in gedachten die niet kloppen.
Ik geraak hier nooit meer uit. – Ken je dat? Als je dat als een mantra herhaalt, dan lukt het niet meer, dan geraak je er inderdaad ook niet meer uit.
Of: ik kan niet leven zonder mijn echtgenoot of echtgenote. Dat het in veel gevallen zeer moeilijk is, dat is zeker. Je staat overal alleen voor, je voelt je alleen, niets lijkt nog zin te hebben, het is een lange periode van moeizaam weer opklimmen. Maar we moeten de pijn op den duur een plekje geven en het leven weer omarmen. Anders trekken we onszelf naar beneden en dan gaat het inderdaad niet meer. En in ons oneindig verdriet, trekken we ook anderen mee, die voor ons willen zorgen, die ons juist willen helpen om er beetje bij beetje en met veel geduld uit te kruipen.
Zo moet er ook niet eens iets vreselijks gebeurd zijn, om een gedachte ons leven te laten domineren. Soms zijn het een reeks kleinere dingen die leiden tot: Ik ben niets waard, niemand vindt mij iets waard… ik ben niet gelukkig, ik heb niet het vermogen om gelukkig te worden… . Zulke gedachten zijn liegebeesten, die monsters worden en je hele leven kunnen opvreten.
En je geraakt er moeilijk vanaf, omdat er weinig mensen zijn die het jou durven zeggen: wat jij gelooft, is niet juist. Omdat je het vaak ook niet wil geloven, dat het niet juist is. Hoe erg ook, je hebt een soort veilig onderkomen gecreëerd. Je weet waar je aan toe bent.
De Bijbel zegt: ja, eventjes verdrietig zijn, of langere tijd de rouwperiode doorkomen, let op met andere gevoelens als boosheid, laat het nooit bitterheid worden… want dan komt alles in dat perspectief te staan.
Je kunt bijvoorbeeld boos worden, omdat je wordt ontslagen en je voelt je onterecht behandeld. Maar dat kan bitterheid worden, wanneer je ervan overtuigd overtuigd dat de wereld oneerlijk is en dat het geen zin heeft om nog moeite te doen, waardoor je kansen mist op een nieuwe start.
Probeer het dus bij jezelf te herkennen. En pas dan toe wat Paulus schrijft:
Wij breken valse redeneringen af en elke hoogmoedige gedachte die zich verheft tegen de kennis van God; wij nemen elke gedachte gevangen om die te brengen tot gehoorzaamheid aan Christus.
Hoezo, denk je nu misschien: hoogmoed, als je denkt dat je niets waard bent??
Als jij zegt: ik ben niets waard, dan is dat inderdaad een hoogmoedige gedachte, zegt Paulus, want ze verheft zich boven de kennis van God, die zegt dat jij waardevol bent!
Verkeerde gedachten, die ons beheersen, die ons domineren, waar wij uiteindelijk slaaf van zijn, en die ons het leven afpakken, noemt Paulus bolwerken. Een bolwerk is een soort bolle constructie in een verdedigingsmuur. Je verdedigt je met een soort eigen leer, met iets wat je jezelf wijsmaakt.
“Ik zal die of die nooit vergeven. Het is te groot om te vergeven.” Dat is iets wat je regelmatig hoort.
Nergens in de Bijbel staat dat iets te groot is om te vergeven. Jezus vergaf de moordenaar aan het kruis en zij die Hem, de onschuldige, terechtstelden. Maar je kunt wel zelf een muur optrekken waarin je jezelf opsluit, of waarachter je jezelf verstopt en waarbinnen je dit denkt en dan moet er ook niets gebeuren. Dan moet je niet buigen voor Gods woord.
Het enige wat ons kan helpen is over die verdedigingsmuur heen kijken, opkijken naar Jezus, naar hoe Hij met het leven en zijn uitdagingen omging.
Was Hij het niet die zei: Ik ben de weg, de waarheid en het leven?, Wel, die drie: hij is de weg uit jouw negatieve kijk. Hij is de waarheid, Hij zal je vertellen waar het op aankomt, in zijn woord en met zijn leven en Hij is het leven, Hij geeft jou je leven, je vrijheid, terug, je hoeft je niet meer te verdedigen, als jouw wonden geheeld zijn, als jij wat jou is aangedaan of overkomen, vanuit Zijn veel groter perspectief kunt zien…
Maar hoe vind je Jezus?
Dat is eigenlijk heel eenvoudig. Hij is het Woord. Lees het Woord en je zult Hem tegenkomen met Hem, de weg, de waarheid en het leven. Lees het niet als een roman of als een historisch boek, dan kom je bedrogen uit. Lees het als een boek dat jou wil versterken door Hem te leren kennen. Vraag je af: wat zegt deze tekst over Jezus. En laat die tekst werken, laat de woorden jouw ziel terug gezond maken!
Gisteren las ik met Samuël nog die prachtige psalm 126 over de Heer die het lot van Sion keerde. Zij die in tranen zaaien, zullen oogsten met gejuich. Zaaien heeft meestal met Gods Woord te maken, Gods Woord verkondigen, Gods Woord doen, Jezus navolgen. Zij die dat in tranen doen, ook in hun ellende niet vergeten, zij zullen oogsten in gejuich, in overwinning, in vrede.
Dat wordt daar nog verder uitgewerkt: Wie in tranen op weg gaat, dragend de buidel met zaad, zal thuiskomen met gejuich, dragend de volle schoven. Gods Woord zal vrucht gedragen hebben en niet een beetje!!
Psalm 42 zingt: Vestig je hoop op God, eens zal ik Hem weer loven, mijn God die mij ziet en redt. Dat is de weg en de waarheid. Het is niet een beetje paaien tegen beter weten in. Het is niet: “zeggen dat alles goed komt, wanneer er iemand overleden is, om je ziel te sussen.”, Nee, Gods woord is het voedsel, het medicijn zo je wil, voor onze ziel. Het is de weg, de waarheid en het leven.
De psalmist mist de levende God, die God die iets voor je kan betekenen, die jou kan aanspreken. Hij herinnert zich, toen hij mee optrok met de pelgrims naar Jeruzalem, naar de tempel en mee-feestte en mee juichte en God loofde. Het was zo mooi, het was écht leven!! Dat wil de schrijver terug, het echte leven, dicht bij God.
Hij is op zoek en het gaat niet, het gaat helemaal niet: tranen zijn mijn brood; Als je nauwelijks nog kunt eten, als eerder de tranen in je mond komen, dan iets van eten, dan is het erg met je gesteld.
Wat is er met de schrijver precies gebeurd? Daar krijgen we weinig zicht op, maar er staat wel dat hij zich in de buurt van de Hermon bevindt. De Hermon is een berg helemaal in het noorden van Israël. Heel ver van Jeruzalem dus en van de tempel. Om één of andere reden, kan de psalmschrijver niet meer naar de tempel en hij verlangt, dorst, ernaar om dat opnieuw te beleven. Om die dorst te begrijpen, moeten we ons realiseren hoe het in de oude tijden zat, met de aanwezigheid van God.
Wij leven in een ongelofelijke luxepositie. Dank de Heer, omwille van Jezus, want wij hebben de Heilige Geest, de aanwezigheid van God in ons. Wij zijn de tempel van die Geest, maar voor de mensen van toen, was God aanwezig op de Ark van het Verbond, die in de tempel stond. Als je Zijn aanwezigheid wilde ervaren, dan moest je helemaal de tocht naar Jeruzalem maken. Natuurlijk was dat een feest, een enorm vreugdevol feest, dat je samen met duizenden pelgrims meemaakte.
En dat kan voor de psalmist blijkbaar niet meer. Wat jammer ! Want hij heeft er blijkbaar veel behoefte aan en God is zo ver weg. Zo ver weg, dat het lijkt alsof hij hem verlaten heeft. Hij is alleen maar aan het rouwen om die eenzaamheid, om God te missen in zijn leven.
Wat ben je bedroefd, mijn ziel, maar!!
Vestig je hoop op God !! Eens zal ik hem weer loven, de God die mij ziet en redt. Zo is onze God, dat weet je als je regelmatig de Bijbel leest. Wij hebben beloften, waarop we mogen staan. Wij hebben werkelijk het léven gekregen.

