Preken

Preken

22/02/2026

Zo word je gelukkig

Series:
Passage: Psalm 32

Psalm 32 is geen lied.

Ik weet het, Calvijn had nummer 32 zoals alle andere 150 wel op muziek gezet, we hebben de psalm net gezongen, maar het is geen lied.

Het is een maskil, een soort onderwijzing, een gedicht, gebed, dat dient om ons te onderwijzen.

David spreekt in psalm 32 over zijn persoonlijke situatie, maar het dient om ons te leren. Hij weidt ook niet uit waarover het gaat. Sommige commentaren verbinden deze psalm met psalm 51 waarbij duidelijk staat dat hij die schreef nadat hij met Bathseba had geslapen en haar man Uria op de meest kwetsbare plek in de strijd had gezet. Gezien de heftigheid van de psalm kan het zeker daarover gaan, maar David schrijft het er niet bij. Het is een onderwijzing aan ons.

Hij begint met de samenvatting!

 

 

Gelukkig de mens wiens ontrouw wordt vergeven,

wiens zonden worden bedekt.

[2] Gelukkig als de HEER zijn schuld niet telt,

als in zijn geest geen spoor van bedrog is.

 

In onze hedendaagse youtubetaal zou het klinken als:

Weegt er iets op je? Loop je rond met een gewicht op je schouders? Wil je bevrijd worden en eindelijk gelukkig zijn…  dan is deze psalm iets voor jou!

Hij heeft zijn lezers of hoorders al mee!

 

Gelukkig de mens van wie de ontrouw wordt vergeven.

Waaw!! Als er één ding is, dat we ons met Pasen, na de uiterst diepe zelfgave van Jezus, mogen realiseren, dan is het dat we gelukkig vergeven mensen zijn, dat we gezegend zijn, door Hem, door Zijn bloed. Realiseer je je die woorden?

Gelukkig de mens wiens schuld is bedekt, niet meer te zien, gelukkig als de Heer zijn schuld niet telt…

Dat is van de kant van de Heer…

Gelukkig als in die mens zijn geest geen spoor van bedrog is…

Heb je dat al eens bedacht, als je geen, géén, verborgen agenda hebt of verborgen motieven van stiekem eer te willen halen of de boel naar je hand te zetten, of met kronkels je reputatie hoog te houden … als je dat allemaal niet doet, dat je dan gelukkig bent? Gelukkig is in het Hebreeuws asjrei: in rechte verhouding met God. “Er staan geen hinderpalen tussen mij en God.” Kun je dat zeggen? “Er staan geen hinderpalen tussen mij en God.” Kun je dat luidop zeggen, zonder jezelf en anderen voor te liegen, zonder iets te verbergen?

Weet dan…  dat je een gelukkig, gezegend mens bent.

En als je dat niet kunt zeggen…

… Dan moet je gewoon verder luisteren naar het vervolg van de psalm.

 

 

Nu, in dat eerste vers worden meteen wel zwaarwegende woorden gebruikt.

Gelukkig..  Daarover hadden we ’t al’t. Gelukkig…

Wiens pe’ah: over-treding, transgressie, overschrijding

Nasah, weggedragen is, gedragen is, opgetild…

Als er een zonde begaan is, en let wel – de zonde van de kwaadsprekerij bijvoorbeeld weegt heel zwaar in de Bijbel – als er een zonde begaan is, dan weegt er iets zwaar in ons leven. En iemand moet dat dragen. Het slachtoffer draagt er iets van, de omgeving voelt de spanning, en jij, jij draagt de schuld. De zonde weegt zwaar en iemand draagt het gewicht.

Je kunt niet én een zwaar gewicht dragen én gelukkig door het leven huppelen. Maar God wil voor jou dragen. Hij is de enige die de zonde kan wegdragen, zodat je er geen last meer van hebt.

Op Yom Kippoer, grote verzoendag, werd altijd een bok geofferd – er moest bloed vloeien om zonden te bedekken – en er werd een bok bij de hogepriester gebracht, de hogepriester legde zijn handen op de rug van het beest en de zonden van Israël gingen over op de bok. Vervolgens werd die bok de woestijn ingestuurd, de woestenij, de plek waar demonen huizen, de plek van chaos en dood. Want daar hoort de zonde thuis; ze werd op die manier weggestuurd uit de gemeenschap van Israël, want daar hoort ze niet thuis. Zonde breekt de gemeenschap. Dat is zo, hé, ook in een relatie met twee, hoe meer zonde er tussen twee mensen staat, hoe meer onderwerpen er zijn die je vermijdt en op den duur wordt er niet veel meer gepraat. Dat, zo zegt de psalm, moet je openbreken!

En dat maakt David zeer duidelijk.

Hij schuwt geen rauwe taal, hij zegt waar het op aankomt.

Hij spreekt over zijn leven, op het moment waarop hij nog zijn zondig leven niet beleden had. De zonde woog nog zwaar op hem.

Vers 3. Psalmen 32

 

[3] Zolang ik zweeg, teerden mijn botten weg,

kreunend leed ik, de hele dag.

[4] Zwaar drukte uw hand op mij, dag en nacht,

mijn kracht smolt weg als in de zomerhitte. Sela

 

David beschrijft een fysiek effect, alsof hij al een hele tijd met een stapel stoelen aan het zeulen is in de droge hitte van de woestijn.

Zijn beenderen verdorden, zwaar woog de hand van de Heer op hem, zijn kracht smolt weg als in de zomerhitte…

Je beenderen, dat is atstah in het Hebreeuws, “sterk zijn”, je geraamte is je sterkte. Je sterkte droogt op, er schiet niets meer van je over…

Het is ver gekomen…

Als je iets misdaan hebt, kan het zijn dat je gelijk die nacht niet kunt slapen, maar het kan ook jaren sluimeren, onderhuids zijn weg zoeken, je kunt ook heel lang doen alsof het in je leven geen rol speelt, je kunt proberen om het te negeren…  maar op een bepaald moment komt het boven.

Ik weet nog toen mijn oom ernstig ziek werd, dat hij zoveel mogelijk mensen wilde vergeven. Die zwaarte kon hij er niet bij hebben.

 

David kijkt terug en ziet hoe vreselijke ellendig hij het had. Woelen en draaien in je bed in de nacht, geen zin in een gesprek, de gedachte aan de zonde en aan de angst dat het zou kunnen uitkomen…

Hij was ziek van ellende.

Het was zo erg dat alles wat hij zag, waren het vrouwen, waren het kinderen, waren het soldaten, waren het wapens, waren het boodschappers, alles had met zijn verhaal te maken, alles herinnerde hem eraan dat hij met een zwaar gewicht op zijn schouders rondliep en dat hij dat gewicht had gecreëerd, dat hij het leven van velen zwaar had gemaakt.

Op een bepaald moment lukt het niet meer om te zwijgen.

Zo heeft God ons gemaakt.

Het is bekend dat mensen die dertig jaar lang gezwegen hebben over een moord die ze hebben begaan, dat die uiteindelijk vaak opgelucht zijn dat de misdaad als nog aan het licht komt.

David besloot zijn zonde te belijden en God vergaf.

Zo zie je dat, je schuldig voelen, een zeer naar gevoel is, maar als je daardoor actie onderneemt, dan wordt het juist iets bevrijdends. Een gewicht dat van je schouders valt, je kunt weer huppelen!

Zo heeft God ons gemaakt, door dat schuldgevoel, door de zwaarte van zijn hand op ons, kan Hij druk zetten, zodat wij spreken en zodat wij bevrijd kunnen leven. Vaak zal Hij ook wegen aangeven om het bij de ander op het terrein goed te maken.

David besloot zijn zonde te belijden en God vergaf…  Dit is een heel diep vers. Het is een vers dat vooruitkijkt naar Pasen…

 

 

God vergeeft, draagt weg, nasa… God die rechtvaardig is, vergeeft…   want zijn zoon heeft de straf gedragen, heeft onze zonde wegedragen, hij is de woestijn ingegaan, de plek van de dood, de plek waar de demonen huizen, hij is afgedaald tot in de diepste put waar de zonde thuishoort, want ze hoort niet thuis in onze relaties en ze hoort niet thuis in onze relatie met God.

Zo diep gaat Pasen. Het is niet gewoon een man die per ongeluk onterecht de doodstraf kreeg… Het is een man die in geen kilometers schuldig was, maar alle schuld op zijn schouders gedragen heeft, een man wiens beenderen ter plekke uitdroogden, wiens kracht wegsmolt als was, wiens binnenste verteerde door het gewicht van onze misstappen, van onze overtredingen…

Maar Hij heeft ze weggedragen, voor eens en altijd. Voor ons geldt, net zoals David aangeeft, wij mogen niet zwijgen. Zonden moeten beleden worden, aan het licht komen, en Jezus neemt ze me en God vergeeft ons. Gelukkig de mens die zo bevrijd durft leven!

 

Waarom is het dan zo moeilijk om te belijden?

Het is mega-moeilijk voor ons om te zeggen: ik was verkeerd. Er zijn namelijk gevolgen aan.

  • Voor jezelf geef je toe dat je minder bent dan je denkt
  • Naar een ander toe: je reputatie gaat eraan
  • Misschien raak je je job kwijt
  • Of het vertrouwen van mensen die jou dierbaar zijn
  • Er is ook nog iets anders, namelijk dat je de ander soms je sorry, je vernedering niet gunt… dat gevoel heet trots. Het is een van de moeilijkste dingen om te overwinnen als mens.

 

Maar wat is het alternatief?

Dragen, woelen in je bed, stress, vermoeidheid – je komt bij de dokter en je hebt geen idee waar het allemaal vandaan komt hé – …

 

Hoe komen mensen dan toch tot belijden?

God zet druk, op een bepaald moment.

Soms kun je ermee leren leven, met die druk, of je kunt hem negeren, maar we weten allemaal dat dat niet de bedoeling is.

De bedoeling is: bekering, ommekeer.  Daar gaat de veertigdagentijd over.

 

In zijn brief schrijft Jakobus enkele opmerkelijke verzen en ik lees ook de context.

Jakobus 5

[14] Laat iemand die ziek is de oudsten van de gemeente bij zich roepen; laten ze voor hem bidden en hem met olie zalven in de naam van de Heer. [15] Het gelovige gebed zal de zieke redden, en de Heer zal hem laten opstaan. Wanneer hij gezondigd heeft, zal het hem vergeven worden. [16] Daarom: beken elkaar uw zonden en bid voor elkaar, dan zult u genezen. Want het gebed van een rechtvaardige is krachtig en mist zijn uitwerking niet.

 

Je hoort mij niet zeggen dat ziekte door zonde komt – kijk naar Job, bijvoorbeeld, daar was het tegendeel waar. Maar het omgekeerde geldt wel: het niet belijden van zonden…  kan leiden tot lichamelijke serieuze ziekten.

Ik had ooit een dokter die het aandurfde om zulke dingen bloot te leggen. Met een paar vragen prikte hij door alles heen, zonder veroordeling, maar hij liet je zien wat ermee samenhing, wat er onder je stress zat.

Dank de Heer dat er zo’n mensen zijn, die niet iemand pillen laten slikken, wanneer onbeleden schuld of wrok de oorzaak is.

Het geeft ook een andere kijk op bidden voor zieken. Soms kan er iets naar boven komen wat dringend het licht moet zien. Soms kan genezing ook uitblijven omdat er iets niet naar boven komt.

We zeggen: zonden belijden: dat is een moeilijke term, in het Grieks is hij eenvoudiger: homo-logeo = hetzelfde zeggen wat God zegt, namelijk: ik, als mens, ben een zondaar.

Dat is goed als belijdenis, maar daarna, is het over; Jezus heeft onze schuld weggedragen.  Gelukkkig wiens zonde bedekt is!!

Wij zijn als kinderen van het licht bedoeld. Licht van stralend licht en ook licht van licht gewicht; het juk dat Jezus voorstelt is niet zwaar, maar licht. We hoeven die zware last niet meer te dragen.

De psalm werkt verder de gevolgen uit van de vergeven mens:

 

Psalmen 32

 

[6] Laten uw getrouwen dus tot U bidden

als zij in zichzelf een zonde vinden.

Stormt dan een vloed van water aan,

die zal hen niet bereiken.

 

[7] Bij U ben ik veilig, U behoedt mij in de nood

en omringt mij met gejuich van bevrijding. Sela

 

Waters zullen hem niet bereiken…   Waaw… als je je zonden hebt beleden…  dan sta je weer vast als een rots. Haast je dus, om elkaar je zonden te bekennen. Als je bang bent, ga eerst naar God en Hij zal jou helpen! Jou moed geven, de ander een zacht hart geven… of jou een weg bieden die tot een beter leven leidt…

Een vloed van water, een overstroming, een tsunami, het raakt jou niet meer. Je staat vast op je fundament. Tussen jou en de Heer staat niets in de weg. Zijn zegen kan stromen: je kent het bevrijde leven. Dat is vreugde.

Als je van alles in het duister vasthoudt, dan is je geestelijk leven niet stabiel. De machten van het duister kunnen van alles met ons. Daar moeten we bang van zijn, niet van zaken aan het licht brengen.

[9] Wees niet redeloos als paarden of ezels,

die met bit en toom worden bedwongen,

dan zal geen kwaad je treffen.’

 

Wees niet als een paard of een muilezel die moeten getemd worden… Hier zit een belofte in en een waarschuwing.

Hij houdt zijn oog over jou. Geen kwaad zal je treffen, tenminste, als je niet koppig blijft en je dierlijke natuur in stand houdt.

Wij hebben de wijsheid van God gekregen, Zijn heilige Geest. En Hij heeft het duur betaald om dat te kunnen. Het is de bedoeling om daar gebruik van te maken.

En als je toch bent als een redeloos dier, dan vindt God wel manieren om je te temmen maar ik weet niet of dat is wat jij voor ogen hebt.

 

Net zoals de veertigdagentijd uitloopt op Pasen, zo loopt de psalm uit op prachtige verzen:

Psalmen 32

 

[10] Een slecht mens heeft veel leed te verduren,

maar wie op de HEER vertrouwt wordt met liefde omringd.

[11] Verheug u in de HEER, rechtvaardigen, en juich,

zing het uit, u die oprecht bent van hart.

 

 

Dat is waar God ons hebben wil, waarvoor Hij ons heeft bestemd. De mens onthult en God bedekt – kippoer is dat, van ‘Yom Kippoer’. Hij kan wat je aan het licht hebt gebracht niet meer tegen jou gebruiken. Hij bedekt het. Hij laat het licht in je leven schijnen, Hij beschermt je gezondheid en jij kunt in vreugde leven!

Dat zagen we al in Genesis 3, dat God dat wilde:

Toen de mens na de zonde uit het paradijs verdreven was, maakte God voor hen mantels van dierenhuid. Dierenhuid klinkt in het Hebreeuws hetzelfde als licht. In Eden droeg de mens mantels van licht. Buiten het paradijs, waar de zonde heerst, zijn het dierenvellen, er wordt bloed vergoten, maar de bedoeling is dat we God terugvinden in een relatie van licht. En met de Heilige Geest, die ons ingeeft waar we fout zitten en die ons aanspoort om te belijden, kunnen we die veel lichtere kleding aantrekken.

In de lijdensweek wanneer we Jezus’ lijden en dood gedenken, toont God ons hoe ver Hij voor ons is gegaan. Dan geldt Jesaja 53: Onze ongerechtigheden heeft Hij op Hem doen neerkomen. Jezus gaat onze zonden niet meer bedekken, maar dragen, loodzwaar als ze zijn en als ze op ons gewogen hebben, ze hebben ons ziek en kapot gemaakt, maar Hij heeft ze gedragen en Hij heeft ze weggedragen in de diepste kerker van de dood.

Er werd bloed van een bok gebruikt om de zonden van Israël te bedekken.

Het bloed van Jezus, het kostbaar bloed van de Eeuwige, oneindige, gevende, genadige liefde, zorgde er met Pesach, met Pasen voor, dat de dood, de straf voor de zonde, voorbijging. Want ook de straf heeft Hij voor ons gedragen, opdat wij recht en rechtvaardig voor God kunnen staan.

Daarom:

Wie op de Heer vertrouwt, wordt met liefde omringd.

Verheug u in de Heer, rechtvaardigen! En juich, zing het uit, allen die oprecht zijt van hart.

 

De vreugde is een gebod!

Stap 1 naar Pasen is: zonden belijden, je innerlijk laten genezen, de vreugde van de Heer ontvangen en jubelen in Zijn naam!

Gelukkig is de mens…

Topics:
Go to Top