Ze verspilde alles!
Alles heeft zijn waarde…
In de wereld waarin wij leven wordt die waarde nogal benadrukt…
Alles wordt in euro of in dollar uitgedrukt.
De kost van de oorlog.
De waarde van je gebouw.
De opbrengst van een goed doel.
Een studie, een diploma,
Wat je hebt en wie je bent…
Alles wordt berekend, vergeleken, gewogen.
We leren vroeg: alles moet iets opleveren.
Tijd is geld. Energie is winst.
Een activiteit zonder rendement?
Dat is zonde, verspilling, verloren moeite.
En zelfs in onze persoonlijke relaties… sluipt het binnen.
Levert dit contact mij iets op?
Wat krijg ik terug van mijn inzet?
Jezus zoekt een man op… Simon de Melaatse… Hij gaat aanliggen aan een tafel van een halve meter hoog… op zijn linkerzijde. Met je linkerhand deed je namelijk zaken die niet bij eten pasten, door op je linkerarm te steunen, kon je dan met je rechterhand eten.
Simon de Melaatse was wellicht niet meer melaats, anders zou hij geen mensen uitnodigen, maar een naam gaat lang mee… Jezus zit er niet mee, integendeel, Hij zoekt juist die mensen op met wie anderen niet gezien willen worden. Hij durft het sociaal verwachtingspatroon, de groepsdruk doorbreken.
Hij eet met allerlei “gespuis” in de ogen van anderen… Eten was een teken van vriendschap en vertrouwen…
Een vrouw.
In die tijd hoorde zij daar niet.
Ze weet dat ook.
Ze zegt niets.
Ze doet iets.
…
Ze komt dichterbij.
Ze ziet Jezus liggen, op zijn zij.
Ze heeft een kruik bij zich.
Met olie. Heel duur.
En dan…
ze breekt de hals van de kruik.
Geen weg terug.
Ze kan niets meer van die dure olie bewaren.
En ze giet alles uit… over Jezus.
Alles.
Direct geurt heel die kamer,
Zo lekker dat het eten niet meer smaakt,
Maar daarover schrijft Marcus ons niets.
Dat is niet bijgebleven.
We lezen wél dat er meteen reactie komt:
“Wat een verspilling!”
“Dat had aan de armen gegeven kunnen worden!”
Ze beginnen te rekenen.
Zoals wij dat doen.
Wat kost dit?
Wat levert dit op?
Wat had het kunnen opbrengen?
Deze week kwam Samuël, mijn man, thuis met een vraag: kunnen wij iemand helpen? Ik vraag om wat uitleg: een alleenstaande mama die haar leven opnieuw moet beginnen… en die ook nog dringend naar de tandarts moet… als je tandarts hoort, dan begin je te rekenen hé… en op het eind van de maand komt bij die mama het geld binnen, maar voor nu hebben de kinderen nauwelijks te eten… en weer ga je aan het rekenen:
- Wat heeft zij nodig
- Wat zou haar echt ruimte geven
- Wat kun je zelf missen
- Wat zou verspilling zijn
- Hoe doen we ’t met terugbetalen, in stukjes, laten we de helft vallen, of geven we alles? Je goede hart gaat open.
- Ondertussen doet zus de koelkast open en zegt: we hebben hier toch ook nooit iets om te eten in huis… ieder rekent op zijn eigen manier…
En ieder geeft op zijn eigen manier commentaar.
Maar met betrekking tot het verhaal van de vrouw met de olie, vroeg ik me af: diegenen die schreeuwen dat het verspilling was en dat het geld naar de armen had gekund…
Zouden zij het aan de armen hebben gegeven, als hen het flesje was aangeboden?
Jezus insinueert dat eigenlijk ook. Hij zegt: de armen heb je altijd rondom je. Je kunt aan hen op om het even welk moment iets geven.
We kennen allemaal het antwoord op de vraag of het geld bij de armen zou landen…
De mensen met hun commentaar… Ze zijn zoals de fietser die roept dat een vrouw haar hond aan de leiband moet houden… terwijl hij op de stoep rijdt.
We hadden het deze week tijdens de huwelijksvoorbereiding over de splinter in het oog van de ander en de balk in je eigen oog…
We kennen zeer goed de mens, die altijd commentaar klaar heeft voor een ander, en zich daar zelf niet eens aan houdt…
Maar goed: de commentaar is: wat een verspilling!
Wat levert dat nu op? Had dit niet beter gekund?
Als wij daar aan tafel gezeten hadden, en er was juist een spannend gesprek met Jezus aan de gang en daar komt een vrouw, een vrouw! binnen, die alle aandacht opeist…
Zouden wij onze mond hebben kunnen houden?
Of wat waren onze gedachten geweest?
Was het verstandig van die vrouw?
Het verstand had wellicht nee geantwoord.
Logisch gezien, is de commentaar juist.
Maar Jezus benoemt wat de vrouw doet helemaal anders.
Ze heeft iets goeds voor mij gedaan…
Hij schat haar daad naar waarde, niet de olie, maar de daad.
En Hij zegt erbij: ik zal niet altijd bij jullie zijn…
Niet de olie is het schaars en duur product… maar Jezus…
Heb je dat al gezien? Ingezien, welke waarde Jezus voor ons heeft?
Als je je agenda bekijkt, de manier bekijkt waarop je met moeilijkheden omgaat, waarop je met mensen omgaat, …
hoeveel waarde schenk je zelf aan Jezus als voorbeeld, als bron van kracht, als bron van het leven, als leermeester, …
Hoeveel Jezus heb je in je leven toegelaten en hoe waardevol is Hij voor jou? Heb je ook zaken afgegeven, opgegeven voor Hem?
De vrouw drukte het symbolisch uit. Ze gaf het meest kostbare wat ze had…
En ze brak het… ze gaf het helemaal, ze hield niets achter, net zoals Jezus niets zou achterhouden voor ons, mensen, Hij gaf zich helemaal, hij brak, heel zijn lichaam werd gebroken… voor ons.
Het breken van de kruik verwijst naar zijn gebroken lichaam.
De geur van de olie verwijst naar Jezus’ dood als geurig offer voor God.
De aanwezigen hebben het over verspilling.
Zij heeft het over de meest waardevolle persoon ooit, iemand die alles voor haar betekent, over iemand die zijn leven geeft, voor ons.
De vrouw, als een van ons… geeft het kostbaarste wat ze geeft aan Jezus. Het mag eveneens symbool staan voor haar leven. Zij geeft haar leven over in Zijn handen.
Ze laat zich, net als Jezus, niet door omstanders of omliggers beïnvloeden; ze doorbreekt het sociaal verwachtingspatroon, ze doorbreekt de groepsdruk; ze gééft zich helemaal…
En Jezus… hij ziet iets anders dan de anderen.
De anderen zien de geldwaarde van wat er gebeurt. Ze zien de beurs zakken!
Jezus ziet het hart aan. Hij ziet harten die uitgaan naar geld en Hij ziet één hart dat uitgaat naar Hem.
En Hij zegt erbij: Ze heeft gedaan wat ze kon…
En Hij legt het uit, Hij legt de waarde uit van wat de vrouw misschien impulsief uit liefde heeft gedaan.
Hij zegt:
Ze heeft mijn lichaam nu al gebalsemd, met het oog op mijn begrafenis…
Jezus leefde in het bewustzijn van zijn dood, heel zijn leven was een gave aan de mensen.
En daarna komt er een prachtig staaltje Bijbel. Blijkbaar uit Jezus een profetie, dat haar wat de vrouw heeft gedaan voor altijd zal worden verteld waar het goede nieuws, het evangelie, verkondigd wordt.
Het is inderdaad een van de weinige verhalen die in elk van de vier evangeliën voorkomt. Onderdeel van elke blijde boodschap dus!
En dat is bijna grappig. Want wat ze deed was niet nuttig, niet efficiënt, niet te verantwoorden zelfs, maar door zoiets geks te doen, heeft ze een bijzonder inspirerend verhaal achtergelaten voor duizenden jaren christendom! De daad was bijzonder nuttig voor het Koninkrijk van God!
De vraag dringt zich dan ook aan ons op… durven wij – voor ons geloof en in ons leven vanuit ons geloof – onnuttige dingen, waardeloze dingen, zelfs zaken die ons veel kosten, op de agenda zetten… voor de wereld onnuttige investeringen die in Gods Koninkrijk van onschatbare waarde zijn.
In mijn boekenkast staat een titel: Te druk om niet te bidden. Telkens mijn oog erop valt, lees ik: te druk om te bidden.
Zo zijn we geconditioneerd. Onze agenda is druk, dus tijd om te bidden is er helaas niet.
Maar telkens mijn oog op dit titel valt, realiseer ik mij weer wat er staat: te druk om niet te bidden.
En ik heb het geleerd, ik heb het echt geleerd, als het zo druk is, mijn tafel vol met to-do-lijstjes, zoveel dat ik zelfs niet meer de tijd heb om ze te lezen en wanneer ik zo veel werk heb dat ik werkelijk niet meer weet wat eerst gedaan… dan weet ik dat ik moet gaan bidden.
En iedereen zal hetzelfde zeggen, als dat rare stemmetje in mij: je kunt nu toch echt geen half uur meer verliezen door te gaan bidden.
Maar na het gebed of door het gebed… komt heel de dag in een ander perspectief te staan en alles raakt gedaan. En een aantal dingen veel sneller dan verwacht.
Toewijding aan God, aan Jezus… het lijkt absoluut niet nuttig, maar het zet prachtige dingen in gang.
Dat is wat zich binnen in de ruimte afspeelt, waar Jezus zit, en de vrouw, en waar de mensen eten.
Dit Marcusverhaal wordt net als dat van vorige week gesandwicht. Er staat een ander verhaal als een raam rond. In vers 1-2 gaan de overpriesters zoeken hoe ze Jezus uit de weg kunnen ruimen, maar niet tijdens het feest.
In vers 10-11 gaat Judas Iskariot – voor hem is het nu genoeg! – op zoek naar een manier om Jezus over te leveren, maar niet op dit moment…
Zo groot als de toewijding binnen is, zo groot is het verraad buiten de geoliede ruimte… van Jezus en de vrouw.
En zo zijn er drie perspectieven:
- Zij die Jezus uit de weg willen ruimen – het kan niet meer door ons gebeuren, fysiek, in deze wereld; het is al gebeurd, maar Jezus doodzwijgen, doodargumenteren, … dat is zeer makkelijk.
- Je hebt ook zij die errond staan en ernaar kijken – die zien dat er voor Jezus geen plek is in deze wereld, en die niets doen, het gadeslaan en het voorbij laten gaan. Zij gaan liever de armen helpen. Wat zeer goed is! Vorige week hebben we gezien dat het zeer belangrijk is om in je dagelijks leven te zorgen voor mensen die het nodig hebben. Alleen is het maar één kant van onze verantwoordelijkheid. Alle geboden worden samengevat in: Heb God lief en je naaste als zichzelf! Allebei.
- En tot slot zij die zich in de intieme ruimte van Jezus bevinden, zoals de vrouw met het albasten kruikje… zij die durven naderen, durven geven, er durven voor gaan…
De vrouw die zichzelf uitnodigt… zij nodigt ook jou uit, om er – net als zij en net als Jezus – helemaal voor te gaan.

