Preken

Preken

Waarom werd Jezus veroordeeld?
01/03/2026

Waarom werd Jezus veroordeeld?

Series:
Passage: John 10: 22-42

Waarom werd Jezus veroordeeld?

Het is een beetje dezelfde vraag als waarom Iran wordt aangevallen. Er zijn redenen die uitgesproken worden en er zijn redenen die we tussen de lijnen kunnen lezen…

Waarom werd Jezus veroordeeld?

De evangelist Johannes geeft ons een helder inzicht in de belangrijkste redenen.

Het meeste van Jezus’ leven speelt zich af in Galilea. Bij de gewone mensen, bij de armen, bij de vissers, bij de boeren, bij de belastinginners, bij de prostituees, … Jezus kwam voor iedereen…

Hij moest niet noodzakelijk veel in Jeruzalem zijn, waar de religieuze leiders zich bevonden… Meer nog… Hij kwam daar niet zo vaak; het was daar best gevaarlijk voor Hem.

Jezus was vlijmscherp voor Jeruzalem; de tempelelite was compleet corrupt en de farizeeën waren zo bezig met hun mondelinge wetjes, dat ze de gewone eenvoudige gerechtigheid misten.

Jezus liet zich in met armen, met buitengeslotenen, met zondaars, zij hielden van zijn inzicht, zijn genezing, zijn aanpak van dingen. Maar de leiders… zij waren allerminst opgezet met zijn commentaar.

Toch zullen we zien dat het niet dat is, wat tot zijn veroordeling leidt. Hij was irritant, zeker, maar het is iets anders wat de leiders in Jeruzalem zorgen baart.

 

Toch kwam Jezus wel in Jeruzalem; voor de feesten, dat maakt Johannes ons duidelijk. Hij is bijvoorbeeld op het feest van de inwijding. Dat is het Chanoekafeest. In december van het jaar 32.

Chanoeka is een feest dat de inwijding van de tempel gedenkt, na de verschrikkelijke ontreiniging door Antiochus Epiphanes en de Makkabeese opstand die daarop volgde, in de tweede eeuw voor Christus. Het is een feest dat je niet in het OT terugvindt; het is veel recenter ontstaan. Het is ook een politiek beladen feest; het draait om de instandhouding van de joodse staat en de joodse identiteit en dat was sowieso spannend onder de Romeinse overheersing.

Ik weet dat onze premier gek is van het Romeinse rijk, maar zo fantastisch was het niet om als ondergeschikt volk in dat rijk te leven! De pax Romana, de Romeinse vrede, kwam grotendeels tot stand door een militaire dictatuur. Volkeren waren doodsbenauwd voor de Romeinse vrede. Trump en ICE zijn er niets bij vergeleken. Het leek eerder op wat Iran de laatste decennia heeft meegemaakt. De plaatselijke Perzische cultuur werd compleet onder de voet gelopen, moest plaats maken voor een Arabische moslimcultuur die het land niet eigen was. Het schrift veranderde. Een indo-germaanse taal kreeg een Arabisch schrift. De namen moesten gelinkt zijn aan de islam. Heel wat Iraanse vluchtelingen die hier wonen besluiten op een bepaald moment om hun naam te veranderen, om terug een Perzische naam aan te nemen, kun je nagaan hoe diep er in hun identiteit werd gesneden.

Even terug naar het Romeinse Rijk: Volkeren moesten voortdurend doneren: geld, graan en soldaten. En vooral de belastingen. Meer dan 30 procent van de gewone boer zijn opbrengst ging naar de staatskas.

De eigen leiders van een ingelijfd volk hadden niets meer te zeggen, er was geen vrijheid meer op in opstand te komen. Overal waren Romeinse soldaten te zien, en alles en iedereen moest de keizer en de Romeinse goden dienen.

Keizer Nero zei het over zichzelf: ik beschik over leven en dood van al mijn onderdanen. Alles wat werd gedaan moest tot meerdere eer en glorie van het Romeinse rijk werden gedaan en van zijn keizer.

De Romeinen hadden in joodse ogen wel macht, maar geen gezag; het joodse volk had nood aan wijze leiders met ontzag voor God. Maar ze leverden die zelf ook niet. Ten tijde van Jezus was er absoluut geen wijs bestuur. De religieuze leiding voldeed niet, was corrupt of schijnheilig of beide.

Vandaar al die mensen die achter Jezus aanliepen. De hogepriesters waren rijk, waren schatbewaarders en huurden geweld in om hun macht af te dwingen. En in het stukje tekst dat we gelezen hebben, mag het duidelijk zijn dat die macht voor hen vaak belangrijker was dan de diepe betekenis van Gods Woord en uiteindelijk blijkt die macht belangrijker te zijn dan God zelf..

 

Jezus is een totaal ander soort leider. Hij vindt macht niet belangrijk; hij vindt zelfs zijn eigen leven niet belangrijk. Hij wil de mensen verder brengen in hun geloof, in hun relatie met God, Hij leert ze zelf omkeren, en hun weg met God opnieuw vinden. Daarom zijn de gewone mensen zo blij met hem.

Ik hoop dat we dat hier in de Olijftak ook op die manier doen. Vanuit een oprecht hart mensen dichter bij God brengen, mensen in contact brengen met Jezus, die in alles liet zien wie God is en die aan ons zegt: doe hetzelfde in jouw leven.

  • De verdiepingsavonden zijn écht daarop gericht: breng elk aspect van je leven onder Gods wil.
  • De veertigdagenmeditaties zijn gericht op: leer Gods wil beter kennen, en overdenk je leven en bid.

Godsdienst is geen vertoning, het gaat om een diepe werkelijkheid, die in ons leven tot uiting mag komen en die ons leven zo veel beter maakt!

En Jezus deed dat op de meest voortreffelijke manier.

En toch zien we in Johannes 10, dat Hij maar net ontsnapt aan een steniging!

Wat had hij misdaan?

Hij vraagt het zelf: zeg mij om welke goede werken ik gestraft word…  maar het gaat niet om  zijn goede werken…  het gaat om iets heel anders…

Het begin van de discussie gaat over zijn messiasschap. Jezus wandelde in de zuilengang van Salomo en daar kwam een groep joodse mensen Hem confronterend tegemoet.

En wij, lezers van nu, denken misschien dat hij een spelletje met hen speelde, want blijkbaar zweeg hij, als ze vroegen of hij de Messias was of gaf Hij niet de uitleg die ze nodig hadden… Hij zei dat ze ’t wel wisten, en wilde ’t niet nog eens zeggen… Precies een tiener die moe is opgestaan, zou je denken…

Waarom?

En dan begint Jezus toch te spreken…   Hij legt Zijn visie op het Messiasschap uit. Dat was wellicht waarom Hij eerst het gesprek niet aanging, omdat er zo’n verschil in visie is, dat er eigenlijk geen gesprek mogelijk is, dat de gesprekspartners elkaar hoe dan ook verkeerd begrijpen. Soms heb je dat. Maar Jezus doet dan toch een poging.

Hij vertelt dat Hij doet wat de Vader wil. In wat Hij doet toont Hij de Vader, de liefde van de Vader voor die mensen die niet netjes in de pas lopen, maar het hart op de juiste plaats hebben en reageren als ze worden aangesproken.  En Jezus zegt erbij: De Vader en ik zijn één…

Elk beetje jood verslikt zich in die woorden. Voor joodse mensen is het zoals op de rotskoepelmoskee staat geschreven: En God heeft geen zoon. God is één.

Maar God is één. Hij is niet twee, God en Jezus. De Vader en ik zijn één, staat er en dat woordje ‘één’, dat is een neutraal woord, het is niet mannelijk, het verwijst niet naar de Vader en Jezus, nee, het gaat om een eenheid in wezen, in essentie. Zij zijn verschillend van elkaar, maar toch één in wezen.

En trouwens, zegt Jezus, in psalm 82 worden er ook wezens die niet God zijn goden genoemd. Dat gaat over hemelse wezens die gevallen zijn.

Het is voor Jezus niet tegenstrijdig aan de kern van de joodse godsdienst aan het Sjema: Luister Israel, de Heer is onze God de Heer is één. Jezus staat daarachter. Hij weet hoe het werkelijk in elkaar zit en wat die eenheid echt betekent.

 

Hij werd dus niet veroordeeld om de goede dingen die Hij deed, maar om godslastering.

Eén keer was er iets wat beide zaken inhield; het was zowel een goede daad als godslastering: dat zien we in hoofdstuk 11 in de tekst die aansluit op wat we vandaag gelezen hebben.

Daar wordt Lazarus opnieuw tot leven gewekt. De religieuze elite is geshockeerd, er staat letterlijk: iedereen zal in Hem gaan geloven, straks gaan de Romeinen zich bemoeien en ons ook vernietigen! Hij moet sterven, één man als offer voor het volk!

Kajafas was toen hogepriester. Hij kon zich niet permitteren dat het religieuze, maar vooral ook economisch centrum Jeruzalem ten onder ging. Wat een bedrijf was dat! Denk aan de inkoop van al die dieren: runderen, schapen, vogels, het dure materiaal voor het onderhoud van de tempel: hout, goud, zilver, om nog te zwijgen van het geld dat ernaar toestroomde. Kajafas moest goed staan met de Romeinen, want de joodse godsdienst en tempel werden slechts gedoogd.

Overal in het Romeinse rijk moest de keizer aanbeden worden, behalve daar in Jeruzalem, maar niet zonder slag of stoot; ze hadden er namelijk iets op gevonden; in de tempel baden ze om de voorspoed van de keizer en het Romeinse volk. Dat was niet met de godsdienst tegenstrijdig. Daar hadden ze een compromis in gevonden. Zo mocht de tempeldienst blijven bestaan.

Maar er waren nog voorwaarden. Bij de minste oproer konden ze dat privilege kwijtraken, dat zij als enige niet voor de keizer moesten buigen… dat ze hun eigen tempel voor hun eigen God konden houden…   en in 70 na Christus is het pijnlijk duidelijk dat het de Romeinen menens is! Heel de tempel, dat majestueuze gebouw ligt dan in puin en de schatten worden meegenomen naar Rome, ze zullen dienen om het Colosseum te sponsoren.

Je weet toch waar die naam vandaan komt, Colosseum? Omdat er een kolos van een standbeeld van Nero vlakbij in de buurt stond, 30m hoog, Nero als zonnegod, die beschikte over leven en dood, zeker van de christenen, die als voer voor wilde dieren werden opgevoerd of in andere spektakels op de meest wrede wijze van het leven werden beroofd.

 

In Johannes 11 wordt Jezus niet met steniging bedreigd, zoals in Johannes 10, maar wel vogelvrij verklaard.

Maar waarom precies? Wat maakte dat de opwekking van Lazarus de leiders zo kwaad maakten, behalve dat Jezus daardoor steeds meer aanhang kreeg?

Elia had toch ook de zoon van  de weduwe van Sarefat terug tot leven gewekt? Een dodenopwekking was niet iets compleet nieuws in het jodendom…

 

Maar bij Jezus zien de religieuze leiders iets heel anders. De profeet, Elia,  was instrument van God. Hij bad en God wekte op uit de dood.

Bij Lazarus gaat het anders; daar zegt Jezus: Ik ben de opstanding en het leven. Larazus, kom uit je graf!

En dat zien we ook in de tekst van vandaag, in Johannes 10:

Wanneer de joodse leiders Jezus niet begrijpen, of hij nu de messias is of niet, dan zegt hij: je behoort niet tot mijn schapen. Die verstaan mijn stem. En wat die schapen betreft: Ik geef hen eeuwig leven.

  1. IK. Zowel bij deze uitspraak als bij de opwekking van Lazarus zet Jezus zich op de plaats van God.

Daarom is het een godslasterlijke daad! Jezus had bovendien zelf nog gezegd: Als je mijn woorden niet gelooft, geloof dan mijn daden.

 

De veroordeling van Jezus gaat dus over een combinatie van iemand die

-zei dat Hij God was

– en dan ook nog de religieuze orde aankloeg

– en ontzettend veel aanhang had, zo dat die aanhang wel eens tot een opstoot zou kunnen leiden, wat de Romeinen onrustig zou maken, waardoor de macht van de elite, maar ook gewoon het hele tempelgebeuren zou kunnen doen instorten…

En dat alles samen maakte dat Hij uit de weg moest worden geruimd!

Hoe dat moest gebeuren, dat was duidelijk:

In Leviticus 24:16 staat (samengevat):

Wie de Naam van de HEER lastert, moet ter dood gebracht worden; heel de gemeenschap zal hem stenigen.

Ze raapten al stenen…, lezen we in Johannes 10.

Het was voor hen een religieuze daad, een serieuze zaak. Kwaadsprekerij is in het jodendom al een serieus ding, maar God … lasteren! Heel de gemeenschap wordt daardoor geraakt.

Maar zoals gezegd, ze stonden onder Romeinse overheersing. Dat betekende dat de Romeinen beslisten over leven en dood en niet het volk zelf. Zij konden Jezus niet ter dood brengen.

Maar de joodse leiders nemen toch stenen vast, waarmee ze uitdrukken: je hebt een grens overschreden; je hebt jezelf buiten Israël geplaatst.

 

De stenen raken Jezus niet.

Hij ontsnapte en verliet Jeruzalem “in oostelijke richting”. Dat laatste staat er niet expliciet bij, maar dat was de gebruikelijke vluchtroute naar het Overjordaanse, waar Jezus naartoe gaat.

De oostkant van de tempel en van Jeruzalem is heel bijzonder in de Bijbel. De profeet Ezechiël beschrijft de bouw van een derde tempel. En wanneer de Messias terugkomt, zal Hij terugkeren via de Oostpoort. Ze is door de Turken (late middeleeuwen) dichtgemetst, uit schrik voor die Messias. Maar langsdaar zal de heerlijkheid van God in de tempel terugkeren.

Op het moment van onze tekst vertrekt Jezus uit de tempel, vertrekt de heerlijkheid van God. Omdat Hij zich met God heeft geassocieerd.

Dat is iets waar mensen het op vandaag nog moeilijk mee hebben, Jezus met God geassocieerd. Joodse mensen, uiteraard, die kijken daar anders naar, maar ook mensen die onze christelijke cultuur gewoon zijn, kunnen Jezus als mens wel verdragen, maar niet Jezus als Gods Zoon, wel Jezus van Nazareth, maar niet Jezus Christus.

Bertrand Russell, een Brits wiskundige en filosoof uit vorige eeuw, probeerde het christendom te bekritiseren door te zeggen dat christenen Jezus zien als de meest wijze en moreel beste mens ooit, terwijl hij vond dat Jezus daarin niet uitblonk. Russell wees erop dat Jezus sprak over oordeel en hel, en concludeerde: zo iemand kan geen moreel ideaal zijn, Boeddha en Confucius doen veel beter, dus het christendom houdt geen stand.

Maar daarmee raakt hij niet de kern van het christelijk geloof.

Het evangelie draait niet om de vraag of Jezus de beste morele leraar was, maar om de belijdenis dat in Jezus God zelf naar de mensen toegekomen is.

En dat is ook precies waarom Jezus veroordeeld werd.

 

Jezus vertrekt naar de overkant van de Jordaan, in woestijngebied, ver van de politieke spanningen.

God kijkt vanop een verre afstand naar de tempel.

Jezus heeft juist ervaren…  Zijn uur is nog niet gekomen, maar de tijd is aan het rijpen.

Voor ons is deze tekst een kans om het dieper in ons hart te laten landen: De man van Nazareth, is slechts een klein onderdeel van wie Jezus is. Jezus zegt: Ik en de Vader zijn één. De schapen die luisteren naar mijn stem, Ik geef ze eeuwig leven.

Go to Top