Waarom geloven?
Waarom geloven?
Mijn dochter van acht vroeg deze week of ze flessenwater mocht proeven (we drinken doorgaans kraanwater). Toen ik vroeg waarom, zei ze: als de oorlog naar hier komt en we hebben geen water meer uit de kraan, dan weet ik dat ik flessenwater ook lekker vind.
Wijzelf vermijden om met haar over zulke onderwerpen te spreken en als het journaal opstaat, heeft zij een koptelefoon en kijkt ze ergens anders naar, maar op school gaat het er elke dag over… ze spelen een spel en plots klinkt het: “ en nu moest iedereen snel weg, want ze moesten geëvacueerd worden naar de bunker…”
Onze kinderen worden opgevoed in de onrust van de volwassenen….
Het blijft natuurlijk niet bij bunkertje spelen. Aan tafel en in bed komen de vragen die diep in hun angstige hart leven, vragen die de volwassenen hebben veroorzaakt.
We zouden zo’n Vraag van vandaag kunnen houden en dan op het scherm het resultaat tonen: in hoeverre denk je dat kinderen belast worden met wereldproblemen. En een tweede vraag: in hoeverre weegt het op jouw schouders?
Deze week was het voorleesweek op school en ik mocht zelf ook voor groepen zesdejaars lezen. Er zit hier nog een getuige… 😊. Ik heb gekozen voor fragmenten uit het boek ‘Prutske’ van Stijn Streuvels.
Prutske is de dochter van Stijn Streuvels, geboren in 1916, midden de Eerste Wereldoorlog. In Ingooigem, een dorp niet ver van het Westfront. Het kind is de eerste jaren van zijn leven nooit van het erf vandaan geweest, dat was veel te gevaarlijk… maar Prutske speelde, lachte, schaterde en maakte geweldig veel plezier!
Wat een contrast… dacht ik, toen ik het las. Prutske leefde letterlijk naast de oorlog, maar de oorlog zat niet in haar hoofd.
Als je rondom je kijkt, zie je veel mensen die moe zijn, van het vele werk, van moeilijke relaties, van zorgen, of van zorgen voor iemand, moe van een teveel aan informatie, moe van de verwachtingen van anderen, moe van het wereldnieuws… moe in hun hoofd!
Tegelijk zien we veel mensen zoeken om met die last om te gaan of om aan die last te ontsnappen.
We gaan massaal sporten, lezen, mediteren, uitgaan, scrollen of vakanties boeken.
Wanneer Jezus zegt: Komt tot mij, jullie die vermoeid zijn, dan is dat ‘vermoeid zijn’ een behoorlijk sterk werkwoord. Als je helemaal uitgeput bent, hoor je ook nog bij de groep. Jezus spreekt niet alleen de vermoeiden aan, maar ook de mensen die onder lasten gebukt zijn, die veel te dragen hebben, wiens schouders zwaar beladen zijn.
Misschien voel je jezelf niet zo, maar de kans is groot dat er ook mensen naar jou komen die vermoeid zijn of belast.
Wat zegt Jezus aan deze mensen?
Kom, zegt Jezus, neem mijn juk, leer van mij.
Jezus gaat niet mee zitten huilen, Hij lijkt in eerste instantie ook niet de last weg te nemen, maar Hij belooft wel rust en hoe? Neem mijn juk en leer van mij…
Een juk, dat is een last, je moet je dat voorstellen als twee ossen die samen een kar voorttrekken, met een balk op hun nek.
Dus jij staat daar, vermoeid en belast en Jezus zegt: neem mijn juk op je nek…
Het was als bij mijn dokter. Ik zei: ik kan mijn nek niet meer bewegen en hij zei: je gaat wat meer moeten bewegen en ik dacht: allé, maar een paar maand later moet ik hem gelijk geven…
Jezus spreekt hier niet als dokter, maar als rabbi – en eigenlijk ook wel als dokter, want Hij zegt erbij: je zult rust vinden.
Als een rabbi sprak over een juk, dan bedoelde hij: de torah, de Schrift, het Woord van God. En de rabbi gaf daar dan heel concrete uitleg bij.
Jezus zegt over het juk dat Hij aanbiedt: het is zacht, goed passend, het schuurt niet.. en de last is licht.
Hoe kan dat? Als je vermoeid en belast bent, kun je er niet veel meer bijhebben, je hebt geen behoefte aan een zware leer, aan zware teksten, aan allerlei regels, aan een leven dat van jou vraagt om een extra mijl te gaan….
Maar dat is niet wat Jezus zegt…
Hij laat jou het juk namelijk niet alleen dragen…
Hij is zachtmoedig en nederig van hart, geen leraar die boven je staat en hard en streng is…
Hij is iemand die met jou mee onder het juk gaat.
Hij weet hoe het is om te leven als mens. Hij heeft tot het uiterste de last, de vermoeidheid, de pijn van het leven ervaren. En Hij heeft het gedragen tot aan het kruis.
Daarom kan Hij als geen ander naast je staan, ook op vandaag, en zeker wanneer het leven zwaar is en pijn doet.
God staat niet buiten het lijden, maar erin. Jezus staat niet aan de zijlijn te roepen, Hij draagt mee het juk, Hij leert ons leven op een manier die gaandeweg, stap voor stap, leidt tot rust…
Maar er zijn meer redenen om te geloven.
- Deze week merkte iemand op dat het eigenlijk een makkelijke vraag is; waarom geloof je? Want iedereen gelooft wel ergens in. Hij zei: Maar waarom geloof je dit (de Bijbel)?
Dus: waarom dit geloven?
- Het is niet zo moeilijk om hier een heel betoog te houden met sterk bedachte argumenten, maar dat heeft Tim Keller al voorgedaan, en ik zou het lang niet zo goed kunnen.
- Ik denk eerder aan een aantal diep-menselijke dingen.
- Een eerste gedachte: Het gebeurt wel dat een mens iets van God vermoedt.
Psalm 139 drukt het uit als: ik weet het in het diepst van mijn ziel. Je staat op een heuveltop en kijkt uit over een prachtig dal… je bent genezen van een ongelofelijk grote wonde en je bewondert de herstelkracht van je lichaam… je houdt je kersvers kind of kleinkind in je handen… dat zijn van die momenten waarop je beseft… Er is hier iets groters. Iets in het diepst van mijn ziel trilt mee met deze gedachte.
- Een andere gedachte: elke mens is op zoek naar houvast.
De reden waarom ik zelf nog steeds geloof, is omdat ik God ervaar als een houvast. Een houvast die er altijd is. Want je kunt zeggen: ik heb mijn partner of mijn kinderen of een vriend, maar als die wegvallen, valt je houvast weg. God overstijgt als houvast alle andere.
Psalm 46 drukt het op een bijzondere manier uit:
God is voor ons een veilige schuilplaats, een betrouwbare hulp in nood.
Daarom vrezen wij niet, al wankelt de aarde en storten de bergen in het diepst van de zee.
Laat de watervloed maar kolken en koken, de hoge golven de bergen doen beven.
Het is ongelooflijk wat hier staat
Er zijn landen in deze wereld, op dit moment waar inderdaad een vloed, niet aan water maar vooral aan bombardementen komt, een vloed die niet ophoudt. Er zijn landen die in de greep van de angst en onderdrukking zitten en dan staat er in deze psalm: wij vrezen niet want God is onze toevlucht en sterkte onze hulp in nood.
Is dat zo? Veel Mensen stellen dat in vraag. Deze week luisterde ik nog met een aantal leerlingen van mij naar een korte reportage met Harry Kuitert die na de watersnoodramp in 1953 zich de vraag stelde, samen met heel veel mensen. Hoe kan het dat vele mensen in Nederland toen biddende mee zijn gesleurd met het water, biddende zijn ten onder gegaan. Waar was God? Is Hij wel onze toevlucht onze sterkte, onze hulp in nood?
Het enige wat ik daarop kan antwoorden is dat Hij juist dan je enige hulp in nood is:
- als jij wegdrijft, is Hij het enige wat je nog hebt,
- en als alles van jou weggedreven is tot je familie toe: ook dan, wat is er dan nog over dan alleen maar God? En wat heb je eraan als je God dan achterlaat?
Maar als er een God is, waarom zijn er dan van die momenten waarop we ons zo door Hem verlaten voelen? Tsimtsum, heet dat in het Hebreeuws, God trekt zich terug om de mens ruimte te geven, zoals de leraar zich stilhoudt tijdens het examen, juist dan, wanneer je ’t meeste vragen hebt.
De ervaring leert dat de uitleg van de tsimtsum mensen toch niet zo veel helpt, als ik zou willen…
Maar er is iets anders wat opvalt, als je de Bijbel leest…
Jezus, in zijn diepste lijden, aan het kruis, Jezus, die altijd zo diep verbonden was met de Vader, op dat moment schreeuwt Hij het uit: mijn God mijn God Waarom hebt U mij verlaten?
Toen God in de wereld kwam, heeft Hij hetzelfde geleden als wij, en méér gedragen, de zonde die Hij niet had begaan erbovenop… We gaan het nooit begrijpen, gedurende ons leven hier, maar één ding is zeker. God trekt zich ons lot aan, meer dan een beetje.
- De derde reden waarom dit geloven…
Een van onze Iraanse gemeenteleden berichtte mij na de dood van Khamenei. Ze schreef: ik dacht dat ik blij zou zijn, alleen maar blij. Maar ik voel een dubbelheid. De man is dood en hij is niet berecht.
Dat berichtje trof mij diep.
Als iemand gedood wordt zonder proces of als iemand bijvoorbeeld niet betrapt wordt tijdens zijn leven of iedereen kent wel de dader, maar er is niet voldoende bewijs of er is een procedurefout… Wie zal dan de slachtoffers recht doen… als er geen God is?
Dat zijn drie gedachten:
- Soms speuren we iets van God in onze ziel
- God is onze enige toevlucht
- En Wie zal uiteindelijk recht doen?
Maar dat zijn natuurlijk menselijke vragen die spelen.
Daarnaast hebben we ook nog Het Boek, dat op een zeer eigenzinnige manier met dergelijke vragen omgaat…
Komt, allen die vermoeid en belast zijt, Ik zal u rust geven, neem mijn juk op u…
Bij geloven denken we vaak aan ‘de geloofsbelijdenis’, iets opdreunen, in het beste geval, begrijpen met je hoofd. Bij geloven denken we aan antwoorden op grote vragen, het antwoord is altijd God.
Maar misschien heeft geloven niet in de eerste plaats te maken met antwoorden op vragen.
Misschien is het inderdaad durven het juk van Jezus op je schouders nemen.
In de sportschool – ik heb naar mijn dokter geluisterd – leer ik om mijn tenen te gebruiken. Niet dat ik er het nut van inzie, ik vertrouw op de leraar, dat hij weet wat hij doet en ervoor zorgt dat mijn lijf weer kan bewegen. Oefeningen voor teenflexibiliteit zijn hard, zeker als je ze twee, drie minuten moet aanhouden. Na een minuut ben je zover dat je vermoeid en belast bent, de uitputting nabij. En dan zegt de leraar. Volhouden. En druk nu je handen samen. Concentreer je op je handen. En wat gebeurt er… je blijft je tenen, hoe pijnlijk ook, flexibeler maken én je zorgt tegelijk voor het sterker worden van andere spieren. En je lijf wordt er beter van.
Zo kijk ik naar het juk van Jezus.
Het leven is een zware oefening in flexibiliteit. Maar als je je concentreert op een andere last, op een ander juk, één dat beter bij je past, want God weet wat Hij ons geeft… een juk dat Hij zelf, als God en als leraar mee-draagt, mee ondersteunt… als je je daarop concentreert, dan kun je het leven aan. En meer nog, je voelt dat je elke dag sterker wordt. Niet vanuit jezelf, maar omdat je zo verstandig was iemand te volgen, die weet waar hij over spreekt.
En het geeft je kracht en het geeft je vreugde.
Daarom vind ik het meer dan de moeite… om in dit (de Bijbel) te geloven.

