Ligt je hart bij God?
Als je wil weten wat de vijgenboom doet bij de tempel…
Ik zal het je vertellen…
Het verhaal van de tempel staat gesandwicht in het Marcusevangelie.
De vijgenboom is de sandwich, begin en eind van het verhaal,
Het incident in de tempel fungeert als beleg.
De ene dag vervloekt Jezus de boom, dan gaan ze naar de tempel en als ze de volgende dag terugkeren langs de vijgenboom verwonderen de leerlingen zich erover dat de bladeren erbij hangen en zelfs de stam verdord is en Jezus zegt: hoezo verwonder je je? Ik had hem toch vervloekt? Geloof wat je bidt en wat je biddend zegt!
Enfin, de vijgenboom stond in Bethanië, ten Oosten van Jeruzalem. De volgende dag gingen Jezus en de leerlingen naar de grote stad. Daar doemde de tempel op.
Je ziet de leerlingen de stad binnenlopen, langs de oostkant
en boven alles uit schittert een gigantisch tempelcomplex in de zon.
De muren zijn gebouwd uit enorme witte kalkstenen blokken, sommige zo groot als een kleine vrachtwagen. Dat kun je nog zien in de klaagmuur!
En dan het goud. Bovenop de tempel zaten gouden platen en versieringen. Als de zon erop scheen, was het licht zo fel dat mensen soms hun ogen moesten afwenden. – ze hadden nog geen zonnebrillen…
Het tempelplein was enorm — groter dan tien voetbalvelden bij elkaar.
Overal waren zuilengangen met hoge marmeren pilaren, waar priesters, pelgrims en handelaren rondliepen.
Tijdens grote feesten stroomde het plein vol met duizenden mensen uit het hele land.
In het midden stond het heiligste gebouw: de tempel zelf.
Voor veel mensen voelde het alsof dit gebouw het centrum van de wereld was — de plek waar hemel en aarde elkaar raakten.
De tempel was uniek, omdat er geen brede toegangsweg naartoe liep. Om het even welke tempel in de oudheid had voor zijn god of godin een brede toegangsweg om tijdens feesten de processie plaats te gunnen. Dat was niet zo voor de tempel voor de Eeuwige! Of je nam één van de hoofdingangen of – wat velen deden – je baande je een weg door allerlei kleine straatjes en steegjes en tunnels…, maar hoe dan ook, moest je steil omhoog.
Zeker tijdens feesten waren overal mensen te zien, overal pelgrims, die op de Heilige Plaats wilden komen, hetzij de Voorhof van de heidenen, het zij de Voorhof voor de joden… Ze werden nauwlettend in de gaten gehouden door een hoop Romeinse soldaten, want als er amok ontstond, – dat is op vandaag nog zo, dan kwam dat uit de menigte van samengehoopte mensen, vanuit de tempel dus;
Tijdens feestdagen stonden er zelfs schildwachten op de muren. ICE is overal; denk aan Paulus die op een bepaald moment in de tempel aangevallen werd en ook gearresteerd werd… in Handelingen wordt verwezen naar de Romeinse (en vaak ook Griekse) wacht.
In de tempel, in het priesterlijk gedeelte werden dieren geslacht, in de Voorhof der priesters. Alleen de mannen konden over de lage muur kijken naar dat priesterlijk gedeelte, om te zien wat er met hun dier gebeurde.
Daarachter zie je de kubusvorm van de tempel zelf en dan kun je weer gaan.
Het doet me denken aan mijn grootvader. Hij fietste urenlang richting zee en eenmaal daar keek hij naar rechts, naar links en voor zich uit en dan zei hij: allé, we hebben de zee gezien, we kunnen terug hé.
Het tempelbezoek was niet zoals wij een kerk bezoeken, dat je even binnen kunt, kaarsje kunt aansteken, even zitten om te bidden, het gebouw op je laten inwerken, nee, zo was het niet. Je kon er niet in. Dat was niet weggelegd voor pelgrims, die van ver kwamen!
Jezus kwam op het tempelplein, hij was een man, kon dus toch al wat verder den de vrouwen, het is een complex van verschillende voorhoven, waar mensen mogen komen al naargelang ze heiden of jood waren, man of vrouw, priester of geen priester. En wat gebeurt er…
- Jezus jaagde iedereen weg die iets kocht of verkocht
- Hij gooide de tafels van de geldwisselaars omver
- De stoelen van de duivenverkopers ook
- Hij liet niet toe dat iemand een voorwerp over het tempelplein droeg.
Marcus is nog mild over Jezus’ optreden; bij Johannes verdrijft Jezus de handelaars met een zweep!
Maar waarom?
Waarom deed Jezus dit?
Er ontstond niet eens een soort van relletje; de cohort soldaten reageerde niet, arresteerde hem niet.
…
Jezus had niet de bedoeling de handel in de tempel te stoppen, wat we vaak denken, als we deze tekst lezen… want die handel hoorde helemaal bij het tempelcomplex, hoe kreeg je anders die dieren op het altaar? Jezus veroorzaakte daar geen aardbeving!
Maar er is wel iets dat Hij veroordeelt.
De vijgenboom die wordt vervloekt omdat hij geen vruchten draagt, de sandwich die heel dit gebeuren in de tempel schraagt… geeft ook dat oordeel aan.
Maar wat veroordeelt Jezus dan precies?
Wat was er dan in de tempel wat niet strookte met de wet of met Gods wil?
Ten eerste zijn er mensen die van alle soorten voorwerpen over het tempelplein dragen en die het tempelplein als een soort doorgang gebruiken…
Was de tempel daarvoor aangelegd?
Natuurlijk niet, maar mensen zijn inventief en hebben altijd tijd te kort. Maar God de Heer kent de mens en voorzag al in het boek Leviticus een vers dat zegt: gebruik een heiligdom niet als doorgang! Ha!
Daar dient een heiligdom niet voor! Het dient om Gods aanwezigheid te eren.
Dat doet nadenken over waarvoor je een kerk gebruikt of laat gebruiken. Wij kennen tegenwoordig iets als fluorun en allerlei loopactiviteiten doorheen gebouwen en daar zouden we als kerk ook aan kunnen deelnemen, maar dan moeten we daar wel goed over nadenken. Wat is het doel daarvan?
Jezus wil de tempel terug tot zijn kern, tot zijn wezen brengen: de heiligheid is het belangrijkste kenmerk!
En dan ten tweede, die tafels en stoelen, van geldwisselaars en duivenverkopers…
Twee weken geleden hebben we ’t gehad over de corrupte bestuurders en over de tempel als economisch hart. De tempel fungeerde eigenlijk als nationale bank. Daar lag het goud van de rijken en de het zilver van de armen… alles ging daarheen, denk aan tienden en tempelbelasting.
De tienden dienden om de levieten mee te betalen, de tempelbelasting voor het onderhoud van de tempel. Personeelskosten en gebouwkosten zijn nog steeds waar wij voor collecteren, buiten de diaconale giften voor armen of zwakkeren in de samenleving.
De tempelbelasting had een precedent in Exodus en bedroeg een halve sjekel per man (letterlijk; vrouwen moesten niet betalen)
Een halve sjekel was een bepaald gewicht aan zilver.
Al dat geld kwam bij de geldwisselaars terecht. Israël betaalt nog steeds met de sjekel. Het woord betekent ‘gewicht’. Vandaag staat daar de menorah op, of olijftakken… Maar toen had het heilige land geen sjekel. Ze gebruikten die van Tyrus. De Tyreense sjekel. Het goede aan de munt was, dat er geen afbeelding van de keizer op stond, het slechte nieuws is dat er wel een afbeelding van de god Melkart op stond en een inscriptie Kappa Rho, voor kratos romaioon of De kracht van de Romeinen. Maar daar ging het niet om; het ging om de zuiverheid; in deze munt zat het meeste zilver. Daarin waren de tempelautoriteiten echt geïnteresseerd.
Op zich was het ook niet zo dat de afbeelding van een afgod op de munt de munt per se onrein maakte; in dit geval heiligde het doel de middelen. Het ging om de zuiverste handel, de zuiverste munt en het was voor het huis Gods.
Het geld van de tempel kwam niet enkel van tienden en tempelbelasting, maar ook de verkoop van offerdieren was lucratief. Er waren offers voor feesten, voor reinheid, voor vergeving en noem het maar. En de offers waren duur, in de tempel, ah ja, want de vraag was groot! Je mocht zelf een dier meebrengen, maar als de priesters het niet goed vonden, kon je alsnog een dier ter plekke kopen!
Er was ook nog ander geld in omloop:
Vergeet ook niet dat de pelgrims die van ver kwamen, hun reis moesten betalen, maar ook overnachting ter plekke. En wellicht gold daar ook de wet van vraag en aanbod. Als je niet genoeg geld had, kon je ook nog een lening afsluiten aan woekerrente…
Toen het protestantisme ontstond, klaagden we over de wantoestanden in de kerk, de weelde, op de kap van de armen…
Is het niet dat, wat Jezus bedoelt, wanneer Hij zegt: Mijn huis moet voor alle volken een huis van gebed zijn, maar jullie hebben er een rovershol van gemaakt. (het is trouwens geen nieuwe kritiek, deze woorden komen uit de mond van Jesaja en Jeremia!)
Het zijn niet de geldwisselaars en de duivenverkopers die zich het meest aangevallen voelen; het is veeleer de leiding van de tempel…
De hogepriesterlijke familie verrijkte zich enorm. Zij moesten geen belasting betalen
Twee weken geleden bekeken we waarom Jezus veroordeeld werd, en we vonden als voornaamste reden, dat Jezus zichzelf als Zoon van God zag of als God zelf en dat werd als godslasterlijk gezien, daar stond de doodstraf op.
Maar ook tussen de hogepriesterlijke familie en de familie van Jezus zat er meer dan een haar in de boter. En daar zat die corruptie voor iets tussen.
Jezus kwam bij Annas voor zijn veroordeling en de zoon van Annas was verantwoordelijke voor de terechtstelling van Jacobus, de broer van Jezus, die de christenen in Jeruzalem leidde.
…
Maar wat betekent dit verhaal voor ons?
Jezus schopt om zich heen. Iedereen komt naar de tempel met een goed hart, met geld, met tijd voor God, met bewondering, alles is tot in de puntjes georganiseerd… maar het is niet goed genoeg… Hoezo? Mensen werken zich te pletter om die tienduizenden pelgrims op te vangen… waar gaat het om, wat doen ze verkeerd?
In deze veertigdagentijd zijn we al meerdere keren iets tegengekomen in de zin van:
- Is dit het vasten dat Ik verkies, zegt God in de profeet Jesaja? Ruziën terwijl je vast, handel drijven op bijzondere dagen voor God…
- Of Amos 5: ik schep geen behagen in je offers, laat liever het recht stromen als water!
Wat hebben die teksten met elkaar gemeen?
Het diepste van wat een mens doet voor God, offeren, opofferen, vasten… het wordt soms niet door God gewaardeerd. We zien het al in het verhaal van Kaïn en Abel; het offer van Abel wordt aanvaard en het offer van Kaïn niet en ogenschijnlijk wordt daar geen reden voor gegeven, alsof het willekeur is.
Maar als je verderop in de Bijbel leest, dan merk je wel waar het aan schort.
Wil God niet dat we ons geloof uiten in naar de kerk gaan, tijd maken voor Hem, iets van ons materialisme opgeven, Hem loven en prijzen?? Natuurlijk wel! Maar als we iets uiterlijks doen, dan is het de bedoeling dat dat komt vanuit de bron van ons hart, dat in vuur en vlam staat voor Hem, zo dat we niet meer anders kunnen, dan de hele dag aan Hem denken, dan Hem loven en prijzen, dan geven aan onze naaste, dan opkomen voor diegene die het moeilijk heeft, recht doen !!!
De uiterlijke tekenen van ons geloof, moeten uit ons hart komen! Niet de tempel als doorgang gebruiken, of als zaak om munt uit te slaan… Niet de kerk of het geloof gebruiken om onszelf goed te praten of om onze hemel te verdienen – dan draaien we onszelf een rad voor de ogen…
Maar hoe komen we aan een zuiver hart dat overstroomt van liefde voor Hem en voor onze naasten? Door ons door de Schrift te laten onderzoeken! Door oprecht naar Hem te zoeken en naar Zijn wil! Zijn nabijheid te zoeken, door in te gaan op Zijn roep om Hem te naderen en dan zal Hij naderen en als je dat ervaart… dan kun je niet meer anders dan overlopen. Dan kun je niet wachten tot het zondag tien uur is, om samen te komen, je bent dankbaar ’s morgens dat je wakker wordt en kunt lofprijzen, want je wil niet anders…
Dat is helemaal iets anders dan waar de mensen mee bezig waren waar Jezus tegenaan schopte!
God ziet het hart aan en kijkt naar de vruchten.
De vijgenboom, die de veroordeling van de tempel sandwicht , wordt vervloekt,
De tempel bracht wrange vruchten voort. Niet door die tienduizenden pelgrims die verlangden om iets te speuren van Gods aanwezigheid en die hun vertrouwen stelden in de priesters en in de tempelleiding; de wrange vruchten kwamen vooral van de tempelleiding. Want waar zat hun hart? Wat was voor hen het belangrijkst?
De hoeveelheid zilver, de belasting die opgehoest werd door het gewone volk, de gouden schittering van de tempel, het loon van de hogepriester, goed staan met de Romeinen, de winst op de verkoop van dieren, … Daar draaide de tempelbusiness om.
Daarom wierp Jezus de tafels omver, van de geldwisselaars die het zilver wogen en van de duivenverkopers die grote winsten doorsluisden naar de elite, die de arme onderdrukte… de tempel moest zijn heiligheid terugkrijgen en dat kon alleen als de mensen er kwamen om God te dienen én als ze in hun dagelijks leven hun naaste liefhadden als zichzelf!
Tegenover de woorden van Jezus: “Mijn huis zal een huis van gebed genoemd worden voor alle volken, maar jullie hebben er een rovershol van gemaakt.” staat
Onderzoek je hart, laat in gebed de Heilige Geest jou zien waar je hart echt naar uitgaat en keer het om waar nodig! Laat Jezus maar even onderzoek doen in je leven, misschien zijn er heilige tafels en stoelen in je leven die niet zo heilig zijn als je denkt. Laat je opnieuw inspireren door Zijn Woord!
Jesaja 58
[6] Is dit niet het vasten dat Ik verkies:
misdadige ketenen losmaken,
de banden van het juk ontbinden,
de verdrukten bevrijden,
en ieder juk breken?
[7] Is het niet: je brood delen met de hongerige,
onderdak bieden aan armen zonder huis,
iemand kleden die naakt is,
je bekommeren om je medemensen?
[8] Dan breekt je licht door als de dageraad,
je zult spoedig herstellen.
Je gerechtigheid gaat voor je uit,
de majesteit van de HEER vormt je achterhoede.
Dat zijn de vruchten die Jezus wil zien. In ons leven en in onze kerk!

