Ik weet dat mijn Verlosser leeft!
Pasen is het feest van het nieuwe leven.
Het graf is leeg en alles is anders.
Uit de dorre bodem is een bloem gekomen,
De dode beenderen zijn tot leven gekomen
Het kwaad is overwonnen.
Jezus leeft!
Als wij het christelijk geloof moeten samenvatten, dan is dat de kern. Onze traditionele geloofsbelijdenis besteedt twee regeltjes aan God de Vader, twaalf regeltjes aan Christus, en de Heilige Geest moet het gewoon met een eervolle vermelding doen.
Over Jezus Christus zegt het Oude Testament, de Tenach, niets, tenminste: er is geen expliciete link tussen de naam en de profetieën.
Maar er zijn best veel teksten die de Paasgedachte al in de kiem weergeven.
Dan denken we aan Ezechiël over de dorre beenderen of Jesaja over de nieuwe schepping, de exodus – uittocht als voorafverhaal van onze bevrijding uit de zonde en uit de greep van kwade machten…
Vandaag deel ik graag zo’n voorafje met jullie uit het boek Job!
- Misschien heb je nog nooit uit het boek Job gelezen met Pasen…
- Diegenen die de hele goede week hier hebben meebeleefd, dag na dag, die kunnen Job wel linken aan het lijden, het onschuldig lijden, onterecht lijden, het bespot worden, vals beschuldigd worden, het alleen staan…
- Maar diep in Jobs binnenste, leeft er een kiemende Paasgedachte. Omdat het een vrij ingewikkelde tekst is, lezen we hem in mijn eigen vertaling, die nauw aanleunt tegen die van de Naardense Bijbel.
Job 19
25 Ík weet het: mijn verlosser leeft,-
uiteindelijk zal Hij opstaan, verschijnen op de stoffelijke aarde;
26 ook nadat mijn huid dus is geschonden:
na dit lichaam, zal ik God aanschouwen!,
27 ik zal Hem aanschouwen,
míjn ogen zullen hem zien
en niet de ogen van een vreemde
ook als mijn lichaam is vernietigd!
We lezen verder in het Nieuwe Testament, in het Paasverhaal van Johannes. Maria Magdalena in de tuin is lang niet zo zeker als Job, integendeel zelfs. Ze nadert het graf. Het zou haar een diepe troost zijn, dat ze het dode lichaam van Jezus mag balsemen. Maar het loopt niet zoals gepland. Het lichaam is er niet. Stel het je voor: het enige wat jou nog rest, nadat iemand overleden is, is dat lichaam. Maria is overmand door verdriet en verwarring en er is er maar één die haar écht kan troosten.
Johannes 20: 11-18
[11] Maria stond bij het graf en huilde. Huilend boog ze zich naar het graf, [12] en daar zag ze twee engelen in witte kleren zitten, een bij het hoofdeind en een bij het voeteneind van de plek waar het lichaam van Jezus had gelegen. [13] ‘Waarom huil je?’ vroegen ze haar. Ze zei: ‘Ze hebben mijn Heer weggehaald en ik weet niet waar ze Hem hebben neergelegd.’ [14] Na deze woorden keek ze om en zag ze Jezus staan, maar ze wist niet dat het Jezus was. [15] ‘Waarom huil je?’ vroeg Jezus. ‘Wie zoek je?’ Maria dacht dat het de tuinman was en zei: ‘Als u Hem hebt weggehaald, vertel me dan waar u Hem hebt neergelegd, dan kan ik Hem meenemen.’ [16] Jezus zei tegen haar: ‘Maria!’ Ze draaide zich om en zei: ‘Rabboeni!’ (Dit Hebreeuwse woord betekent ‘meester’.) [17] ‘Houd Me niet vast,’ zei Jezus. ‘Ik ben nog niet opgestegen naar de Vader. Ga naar mijn broeders en zeg tegen hen dat Ik opstijg naar mijn Vader, die ook jullie Vader is, naar mijn God, die ook jullie God is.’ [18] Maria van Magdala ging naar de leerlingen en zei tegen hen: ‘Ik heb de Heer gezien!’ En ze vertelde alles wat Hij tegen haar gezegd had.
Job zegt: ik weet dat MIJN verlosser leeft!
Maria huilt: Ze hebben MIJN Heer weggehaald!
Jezus zegt: zeg dat ik opstijg naar MIJN vader die ook JULLIE Vader is, naar MIJN God die ook JULLIE God is.
Pasen is een persoonlijk verhaal.
Maria gaat met specerijen, kruiden, op weg om Jezus’ lichaam te balsemen. Dat is al gebeurd, door Nicodemus en Jozef van Arimatea, dat lezen we in Johannes 19. Zo kon het lichaam bewaard worden voor de sabbat. Maria wil het verder bewaren, en opnieuw balsemen al van in de vroege morgen, van het eerste uur dat dat kan, na de sabbat. Het is een uitdrukking van haar persoonlijke liefde voor Jezus, dat ze zelf met oliën en geuren komt, zodat de doodsgeur nog wat verdoezeld wordt. Nog even niet… Nog even bij Hem zijn…
Pasen is een persoonlijk verhaal.
De thema’s verlossing, verzoening, opstanding, redding… lijken grote thema’s van ver weg, maar Pasen gaat in wezen over de relatie tussen jou en jouw Heer.
Dat zegt Job ook:
Hij spreekt over mijn verlosser, losser kun je beter vertalen, dat is iemand die een bijzondere band met je heeft, zodat hij jou kan redden. Hij kan je je land teruggeven, als je in armoede en schuld bent beland;
Hij kan je redden uit gevangenschap, door een borgsom bijvoorbeeld.
Hij kan optreden als advocaat of beschermer.
Zie je hoe die abstracte Paasthema’s eruit komen, dat Jezus onze Verlosser is. We hadden ons eeuwig leven verspeeld, we zaten gevangen in een egoïstisch denken, we stonden in het krijt bij God… Maar er is een losser voor ons opgetreden, en een losser is per definitie iemand die dicht bij je staat!
Jezus is onze persoonlijke Verlosser. Ja, Hij stierf voor iedereen die in Hem gelooft, maar Hij kent ons leven persoonlijk en in detail.
Hij schudt Maria wakker uit haar aardse slaap; haar aardse ogen zitten dicht van het huilen. Ze is overmand door verdriet!
Jezus schudt haar wakker. Hij noemt haar bij haar naam, bij haar persoonlijke naam: Maria!
Op dat moment draait ze zich om. Ze keert ook om. Ze draait de knop om. Ze zoekt niet langer een dode; ze ziet een levende. Ze zegt: Rabboeni, het is een eretitel die ‘meester’ betekent, maar de ‘ni’ geeft aan dat de oorspronkelijke betekenis ‘MIJN meester’ is.
Pasen is een persoonlijk verhaal.
Soms hoor je zeggen: Als jij de enige op aarde was geweest, zou Jezus nog voor jou aan het kruis gestorven zijn, want Hij wil jouw hart. Dat staat niet zo in de Bijbel, maar het legt wel mooi de persoonlijke kant van Pasen uit.
Pasen is persoonlijk, maar het overstijgt ook onze persoonlijke relatie met God.
Hou me niet vast, zegt Jezus, nee, ik blijf niet hier en ik ben er ook niet voor jou alleen.
Ik stijg op naar mijn Vader (ook jullie Vader, we zijn duidelijk heel intens, allemaal met elkaar verbonden)…
Ook bij Job krijgen we te horen: Hij zal opstaan op de laatste dag over de aarde …
Pasen is tegelijk een persoonlijke boodschap en een universele boodschap. Meer nog, vanaf hier, gaat het verhaal van God en mensen voor het eerst rond buiten Israël.
Maria krijgt een opdracht: ga naar de leerlingen toe en vertel hen alles.
Zij die de Levende bij de doden zocht, wordt nu de boodschapper van de Levende!
Zij moet het vertellen, Job wilde dat Zijn boodschap gebeiteld werd. In elk geval werd het in het geheugen van de wereld gegrift: Ik weet dat Mijn Verlosser leeft.
God zelf is onze Losser, Hij springt in de bres voor ons, krachtig, nooit gezien, de machten die ons vasthouden, tegenhouden, bibberen en beven en laten los.
En het Leven wordt ons gegeven, nieuw, krachtig, en onoverwinnelijk. Ik weet dat mijn Verlosser leeft! Halleluja!
Mag ik U voorgaan in gebed
Vader God,
Uw grootse kracht hebt U laten zien op die eerste Paasdag, niemand had het ooit gedacht, dat Uw Zoon was gekomen, om op te staan uit het graf, om alles te overwinnen.
U hebt ons uitgeleid uit een zondig leven, U hebt ons de weg gewezen, Uw Zoon gegeven, opdat wij zouden léven, nieuw, als nooit tevoren!
Dat wij, Heer, in die kracht, in die opstandingskracht mogen leven, mogen weten, onze Verlosser leeft en wij zijn met U verbonden!
We bidden, Heer, voor mensen die het moeilijk hebben, dat zij de opstandingskracht mogen ervaren. In de naam van Jezus, onze Heer, die is opgestaan en leeft! Amen.

