Project Description

In Australië is het 21 graden. Daar worden de dagen lang – langer – langst, het licht neemt almaar toe. Wij moeten het met minder stellen, het wordt koud, het wordt donker en dan is het uitkijken naar een warm lichtfeest welkom. De adventskalenders met zoete chocolaatjes gaan de toonbank over, maar natuurlijk gaat het daar niet over met kerst! De ware aard van de zaak Kerst, is een zaak van levensbelang.

Het is ook geen zaak van aftellen of van ‘stil maar, wacht maar’… Het is God die een nieuw begin maakt. Niet zomaar ergens in het wilde weg, maar een profetisch zeer goed gedocumenteerde belofte, waarvan het hele Oude Testament is doordrenkt. De tekst uit Hosea is één van die profetische getuigenissen.

Israël was God ontrouw. Het is niets nieuws onder de zon. Ook u en ik denken niet elke minuut aan God. Er zijn best wel beslissingen die we nemen, waarbij we ons niet eens afvragen wat God ervan zou denken. Er zijn ook in de kerken helaas hele vergaderingen waarbij niemand met zijn hoofd bij God zit. Het grootste gedeelte van de dag voeren we gesprekken alsof er in de Bijbel staat: zwijgen is zilver en spreken is goud!

Hoeveel procent van de dag zijn we ons ervan bewust dat we een verbond hebben met God? In hoeveel procent van ons leven laten we Hem echt toe? En is dat wat God van een relatie met ons mag verwachten? In vers 5 lezen we dat God zijn toorn heeft laten varen. Zijn toorn… in het oud-Nederlands betekent dat ‘woede’. In het Hebreeuws is het woord verwant met ‘neus, neusgaten’. Wie woedend is, briest. Uit zijn neusgaten komt stoom. Of God gevoelens heeft? Dat is wat er staat, dat er regelmatig stoom uit zijn neusgaten komt! Israël is on-trouw. Zo wordt dat uitgedrukt. Er is een verbond met God, maar ze lopen andere goden achterna. Andere goden zitten achter zaken of mensen die we veel belangrijker vinden dan God en waar we slaaf van zijn. Als je een grote concurrent hebt op je werk en je constant wilt checken waar hij mee bezig is, dan ben je onder de macht van de afgod van jaloezie of eerzucht of wat het ook is wat dieperliggend bij jou speelt. Dan ben je God on-trouw en je hart is niet open om Hem te ontvangen. Wanneer je constant bezig bent met wat voor goed leven anderen hebben, welk mooi huis, wat een prachtige partner, welke mooie carrière en opportuniteiten om dingen te realiseren die jij niet kunt, als je daar constant mee bezig bent, dan dien je een geest van ontevredenheid in plaats van God. Dan ben je ontrouw en je hart is niet klaar om Hem te ontvangen. Als je de dag door getriggerd wordt door reclame die tot kopen aanzet, tot … en zelfs tot het kijken van seksueel getinte content, dan weet je dat je onder de sloef ligt van gevaarlijke afgoden. Ze hebben echt niet het beste met je voor. Ze geven je voortdurende kleine positieve effecten, een goed gevoel, zodat je voor hen blijft buigen, maar gaandeweg, zonder dat je ’t eerst doorhebt, word je leeggezogen.

Tot … Advent is een paarse tijd, een tijd van berouw en bekering, een tijd om daarover na te denken: waar ben ik mee bezig? Waar besteed ik veel tijd aan? Dat is wat belangrijk voor mij is. En is dat ook iets wat belangrijk is voor God? De tekst uit Hosea nodigt ons uit om te spreken – Alsjeblieft, als je een probleem hebt – en we hebben allemaal wel een probleem – hou het niet voor jezelf. Je bent niet de enige. Amerikaans onderzoek in 2014 (Hesch) en 2015 (Conference of Catholic Bishops) toonde aan dat onder christenen (! Mensen die zichzelf christen noemen) 17% van de vrouwen kampen met een pornoverslaving. Bij de mannen werd er in categorieën opgedeeld: Bij de 18-31-jarigen noemde 32 procent zich verslaafd, bij de 31-49-jarigen noemde 18% zichzelf verslaafd. Je verwacht het niet, maar het is wel zo. Bij de christelijke jongeren waarmee ik door mijn werk in contact kom, is dat ook het geval, al moet ik zeggen dat er ook heel wat zijn, meisjes zowel als jongens, die vanuit of door het geloof die verslaving overwonnen hebben en daar zeer zeer dankbaar voor zijn. Maar het probleem kan overal zitten. Bestudeer jezelf, in gebed, in aanwezigheid van God, en keer terug – en nogmaals, dat moet je niet alleen doen!

Hosea schrijft: Zeg tegen de Heer: Vergeef ons onze misdaden Neem wat goed is van ons aan Neem het offer van oprechte woorden van ons aan. Het is een offer om oprechte woorden over jezelf te spreken. Ja, Heer, het is sterker dan mezelf, telkens ik iemand tegenkom begin ik te roddelen, of te klagen of ik moet in de belangstelling staan, of ik wil het over iets hebben wat ik belangrijk vind, de ander interesseert me niet… Het is moeilijk om dat uit te spreken. Ik raad mensen ook altijd aan om dat in gebed luidop uit te spreken. Dat is het punt waarop er licht komt in de duisternis. Dat is het begin van de ommekeer: oprechte woorden, eerst maar veilig in de nabijheid van God uitgesproken, want die wist het toch al. Na een belijdenis van zonde hoort een belofte: ik ga het niet meer doen, zeggen kleine kinderen dan vaak. En dat is natuurlijk de bedoeling. Maar om je probleem op te lossen, is er meer nodig dan alleen de intentie om ‘het niet meer te doen’. Er is onderzoek nodig. Wat zit eronder? Waarom wil ik altijd klagen of roddelen? Waarom moet ik vieze plaatjes kijken? Waarom wil ik in de belangstelling staan? En daarnaast is er vertrouwen nodig in die God die ons op rechte wegen leidt. Het staat er zo in de oude Bijbelse taal: Onze redding verwachten we niet langer van Assyrië, op paarden en strijdwagens zullen wij niet meer vertrouwen, wat we zelf gemaakt hebben niet meer onze god noemen. Immers, bij U vindt een wees ontferming!’ We verwachten de redding van de mensheid vaak van grote politieke bewegingen, we verwachten dat we eer en roem zullen halen door ervoor te vechten, we verwachten veel van onze afgoden: lust, comfort, geld, verzekeringen, angsten zelfs – er zijn mensen die zich in een cocon van angst geborgen voelen, die de afgod angst als levensgezel hebben, omdat ze bang zijn, dat wanneer ze niet meer bang zijn er onheil zal geschieden. Genoeg daarvan, schrijft Hosea: keer terug naar de HEER. Zeg tegen Hem: ‘Vergeef ons al onze misdaden. Neem wat goed is van ons aan.

Als offer brengen wij U oprechte woorden. [4] Onze redding verwachten we niet langer van Assyrië, op paarden en strijdwagens zullen wij niet meer vertrouwen, wat we zelf gemaakt hebben niet meer onze god noemen. Immers, bij U vindt een wees ontferming!’ Hoe mooi is dat: bij U vindt de wees bescherming! De mensen die alleen staan, die het moeilijk hebben, voor wie het leven zwaar is, dat zijn diegenen waarnaar God zich eerst en vooral uitstrekt. Maar niet alleen de letterlijke wees, ook de mens die geestelijk dakloos is geworden, of die zijn echte Vader, God, in de steek heeft gelaten en naar nep-ouders, de afgoden, is gerend om daar zijn geluk te zoeken, die mag zich omkeren en terugkeren, op elk moment. Zijn hart gaat naar ons uit, staat er! En ook: Ik genees hen van hun ontrouw. Jezus zal constant mensen genezen, van elke kwaal waarmee ze naar Hem toekomen. En Jezus toont wie de Vader is. Hij wil ons genezen van onze ontrouw! En dan! Dan wordt het echt licht ons leven. Dat wordt beschreven met de mooiste woorden en beelden die de Bijbelschrijver daarvoor heeft: [6] Ik zal voor Israël zijn als de dauw. (Gods zegen!) Het zal bloeien als een lelie, wortelen als een ceder op de Libanon; [7] zijn jonge loten zullen uitlopen. Het zal als een prachtige olijfboom pronken en geuren als de ceders op de Libanon. [8] Dan is het weer goed toeven in zijn schaduw en wordt er weer koren verbouwd. Het zal bloeien als een wijnstok, befaamd zijn als de wijn van de Libanon. Dat is het wat we ten diepste toch willen, een vruchtbaar leven, een leven dat een geur heeft, die God behaagt, weg van de stinkende afgoden, die we moeten verbergen en waar we ons voor schamen. God wil zijn als de dauw in ons leven, hij wil het gras groen in ons leven, door ons zijn zegen te geven. En Hij droomt van mensen die dit over hun lippen krijgen: ‘Wat heb ik nog met afgoden te maken? Ik wil zijn liefde beantwoorden, mijn oog op Hem richten. Dan ben ik als een cipres, altijd groen; het zijn uw vruchten die ik draag.’ Het zijn Uw vruchten die ik draag.

Bij wie God, Jezus, in zijn hart woont, die heeft de Geest van God in zich en dat zie je. De vruchten van de boom zullen de vruchten van de Geest zijn. De afgoden zijn overwonnen, dat was waarom Jezus naar ons toe gekomen is, om te overwinnen! En dat blijft onze opdracht. Om met Hem de afgoden te overwinnen. In gebed, met oprechte woorden, met een open hart, in gesprek met medegelovigen, in eerlijk gesprek met Gods woord. Licht zien in de duisternis is niet wachten tot de dagen weer lengen, of tot er in het Midden-Oosten vrede wordt gevonden. Licht zien is licht maken. Het licht van Jezus verwelkomen in je hart. Het licht van zijn overwinning laten schijnen in alle donkere hoeken van je hart. Paulus schreef het zo in de Romeinenbrief: Laten we ons daarom ontdoen van de praktijken van de duisternis en ons omgorden met de wapens van het licht. [13] Laten we daarom zo eerzaam leven als past bij de dag en ons onthouden van braspartijen en overdadige feesten, van ontucht en losbandigheid, tweespalt en jaloezie. [14] Omkleed u met de Heer Jezus Christus en laat u niet meeslepen door uw aardse natuur met haar begeerten.