Preken

Preken

01/06/2025

Het hele evangelie in één brief

Passage: Filemon

Het hele evangelie in één brief

De kleinste brief van Paulus is welgeteld één hoofdstuk lang, maar prachtig, echt prachtig, omdat hij een verhaal vertelt van iets wat Paulus meemaakt, een verhaal dat de liefde illustreert die hij in zoveel lange verzen in andere brieven heeft beschreven.

Dat ene hoofdstuk vertelt het evangelie in woord en in daad. En het ligt na aan Paulus’ hart.

Het is ook een historisch document. We zitten als het ware op de eerste rij mee te kijken, in die eerste eeuw van het christelijk geloof, hoe het eraan toe gaat. We zien Paulus invoelen en nadenken…

Op het moment van het schrijven zit Paulus in Rome gevangen. Hoe moeten we ons dat voorstellen? Hij heeft een huis gehuurd en in dat huis is hij constant vastgeketend aan een wachtsoldaat. Dat is de antieke voorloper van de enkelband, zou je kunnen zeggen 😊.

Interessant hierbij is… Die wacht bestond uit elke vier uur een andere soldaat van de praetoriaanse garde, 12.000 man, telkens iemand anders. Paulus heeft dat natuurlijk ongelofelijk uitgespeeld, (wat had je gedacht !!)  en dat betekende dat hij elke vier uur het evangelie opnieuw kon verkondigen. Keileuk, dus, zo’n gevangenschap..

In dat huis en tijdens de gevangenschap kwamen ook veel mensen bij Paulus op bezoek. Op een bepaald moment brengt iemand hem Onesimus, een weggelopen slaaf.

We zitten rond het jaar 60 vermoedelijk en toen had er een grote aardbeving plaatsgevonden in de steden in de Lycusvallei, dan hebben we ’t over Kolosse, Hiërapolis en Laodicea. En op dat moment hebben veel slaven van de gelegenheid gebruik gemaakt om te vluchten.

Uiteraard wordt Onesimus bij Paulus warm ontvangen en hij krijgt het cadeau van het evangelie met veel liefde en passie aangereikt. Hij ontvangt de “saving knowledge”. Onesimus geeft zijn hart aan Jezus en wordt een fantastische dienaar van Paulus.

Prachtig, denk je misschien, maar zoals het meestal gaat in het leven… de situatie was complexer dan dat.

Paulus is een jood in hart en nieren en Deuteronomium 23 (v 15-16) staat er dat je een weggelopen slaaf, die bij jou zijn toevlucht zoekt niet naar zijn meester mag terugsturen.

Maar Paulus is ook Romeins staatsburger – daarom zit hij in Rome, omdat hij in beroep ging bij de keizer! – en de Romeinse wet verbood juist (!) elke steun of hulp aan een ontsnapte slaaf…

Wat een dilemma!

Paulus besluit Onesimus naar zijn meester Filemon terug te sturen, in Kolosse, maar hij gaf hem een meesterlijke brief mee, waarin de principes van de Thora en van Jezus’ liefde voor mensen worden toegepast.

En die brief, die is bewaard, in de Bijbel opgenomen en die gaan we lezen.

 

De tekst:

Filemon Vers 3-7, waarmee Paulus zijn brief aan Philemon begint. We horen in dit stuk wat voor man Philemon is.

Vers 8-14:  Paulus verwoordt dat hij een verzoek heeft aan Philemon, dat samenhangt met het terugsturen van zijn weggelopen slaaf Onesimus

Vers 15-25: Hier gaat Paulus uitleggen wat hij ten diepste vraagt aan Philemon.

—–

Het heeft een tijdje geduurd vooraleer ik een goede werktitel vond… voor deze dienst.
De brief aan Filemon bevat zoveel mooie thema’s… je weet niet welk te kiezen!

Toen ik daarover aan het nadenken was, dartelde ons Hannah rond mijn werktafel.
En toen bedacht ik:
Hoe vertel je dit verhaal aan een kind van zeven?

Misschien zo:
“Paulus en Onesimus worden vrienden?”

Hier zie je Paulus vastgeketend aan zijn wacht (zie video), het lijkt me dat deze nog niet bekeerd is… 😊

Paulus en Onesimus … Dat beslaat niet het hele verhaal.
Maar het is wel het begin… van een niet vanzelfsprekende relatie. (Het hele boek staat vol van niet vanzelfsprekende relaties…)… En is dat niet het hart van het evangelie…  niet vanzelfsprekende liefde-relaties…    En ik bedacht: het hele evangelie staat hier beschreven in één brief, in één hoofdstuk!

 

Wat mij opviel in dit verhaal…
Ze hebben iets gemeen… die twee. Paulus en Onesimus.

Op het eerste gezicht lijkt dat niet zo.
Een weggelopen slaaf…  en een apostel van de Heer, met huisarrest…

Maar beiden… ver van huis. Beiden… gevangen.

Paulus: letterlijk geketend.

Onesimus… niet veel vrijer.
Volgens het Romeins recht moest hij terug naar zijn meester. Hij riskeert foltering en de doodstraf… Hij is geketend aan zijn verleden.

 

Een slaaf, doulos in het Grieks, dat is iemand zonder eigen leven.
Iemand die leeft om de wil van zijn meester te doen.

Daar moet je even bij stilstaan. Bij al die mensen die in het verleden zo hebben moeten leven, zo heel hun leven hebben doorgebracht…  om de wil van een ander te doen.

En nog steeds…   er zijn nog landen waar een moderne vorm van slavernij heerst, waar mensen voor zeer lange dagen werk een loon krijgen waarvoor ze net genoeg eten kunnen kopen, bij hun baas die dat aan woekerprijzen verkoopt…  en ze kunnen niet weg…

Ik denk ook aan mensen in de seksindustrie, mensen die leven als pionnen in de drugswereld, elke dag hun leven riskeren voor anderen die grof geld verdienen…  doulos, slaaf, iemand die leeft om de wil van een ander uit te voeren.

 

En dat woordje… doulos…
Paulus gebruikt het vaak.

Bv in Romeinen 1:1
Filippenzen 1:1
Titus 1:1…

Wat staat er in die eerste regels van die brieven…

Altijd ongeveer hetzelfde…

“Van Paulus, dienaar van Christus…”
“Doulos van God…”

Diep, hé?

Geen eigen leven. Alles voor mijn Meester en Heer, maar wel uit vrije keus. Of eigenlijk, omdat hij zo onder de indruk is van Jezus.
Dat is Paulus… Zo mogen we hem leren kennen.

 

Maar let op. Hij noemt zichzelf zo, doulos.

Onesimus noemt hij anders:
vriend.
Broeder.
Zoon.
Zijn geliefde kind.

 

Paulus ziet zichzelf niet als slachtoffer.
Ook niet in de gevangenis.

Hij haalt àlles uit het leven! Alles komt van God, de gevangenschap en de vriendschap, dat wat je wil en dat wat je niet wil. Alles komt van God en voor alles dankt hij en alles gebruikt hij om Jezus Christus te verkondigen.

Met welk mooi vers zijn we de dienst begonnen:

“Daarom ook is iemand die één met Christus is, een nieuwe schepping: het oude is voorbij, het nieuwe is gekomen. Dit alles is het werk van God, die ons door Christus met zich heeft verzoend en ons de verkondiging van de verzoening heeft toevertrouwd.”

 

 

En dan zo mogelijk nog mooier…

Paulus doet het evangelie. Hij schrijft het niet alleen.
Hij leeft het. Hij laat het zien. Hij laat zijn liefde, zijn geloof, zijn moed zien.

Dat alles komt samen in deze wondermooie brief.

 

Eerst leert Paulus dus Onesimus kennen, de weggelopen slaaf. Hij vertelt hem over Jezus, hij vertelt hem dat Jezus gekomen is voor de vrijlating van de geboeiden…  – hij zelf geketend aan zijn wacht…  Paulus’ liefde voor Onesimus is groot.

Maar Paulus kent ook Filemon, zijn meester. En je moet als mens ook juist handelen. Nu wat is juist in deze situatie… het is moeilijk te zeggen. De joodse wet vraagt…   om gevonden slaven niet naar hun meester terug te brengen. Als ze zijn weggelopen, dan is het omdat ze niet goed behandeld werden, want er is geen enkel vangnet voor hen buiten het huis van de meester. Het is net als met vluchtelingen. Je riskeert niet je leven, je geeft niet al het geld dat je hebt, om ergens anders naartoe te gaan, als je daar niet echt weg moet, als daar niet iets is wat de kwaliteit van je leven verschrikkelijk ondermijnt.

Maar Paulus is ook Romeins staatsburger. Straks krijgt hij een onderhoud met keizer Nero. Paulus sprak de slaven, maar ook de most high society heeft door zijn toedoen van Jezus gehoord!

Romeinse staatsburgers waren verplicht om weggelopen slaven terug te zenden naar hun meester.

Hij zit tussen twee vuren dus. Tja, wat doe je dan?

Eerst dacht ik: Paulus is een goede diplomaat; hij zendt Onesimus wél terug, zoals het Romeins recht zegt, maar hij zorgt er tegelijk wel voor dat hij het goed zal hebben bij zijn meester, waar de joodse tekst op doelt…  Hij zoekt dus een soort compromis.

Maar voor Paulus is compromis niet goed genoeg. Hij beleeft het geloof met de grootste passie die je je kunt indenken.

En hij zorgt ervoor…  dat drie mensen hier werkelijk kunnen doen wat Jezus Christus die hij predikt… zou willen dat er gebeurt.

Onesimus mag dan wel bekeerd zijn
En een fantastische broeder in het geloof…

Maar hij hangt nog vast aan zijn verleden. De gevolgen laten hem niet zomaar los…

Er hangt van alles boven zijn hoofd. Als hij wordt gevonden, kan hij zelfs worden gekruisigd. Dat was toen heel normaal.

Hij is nog niet echt vrij. Hij kan pas echt vrij leven, als zijn meester, Philemon, hem vergeeft.

 

De meester… Philemon… Die leren we kennen aan het begin van Paulus’ brief.

Een man met een groot hart. Liefdevol. Hij leidt een gemeente. De mensen komen samen bij hem thuis; Een steunpilaar. Een voorbeeld.

Paulus wordt getroost door zijn geloof. Gesterkt door zijn liefde.

Maar de echte proef op de som … is liefde voor iemand die je alles schuldig is.

Een dief.
Een slaaf.
Een verrader…

Kan hij ook die liefhebben? Dàn heb je lief zoals Christus liefheeft. Paulus geeft Philemon de kans om zijn liefde te verdubbelen!

 

En Paulus zelf…
Wat een man!

Die wil op Jezus lijken. Niet een beetje. Maar radicaal.

Altijd. Overal. In woord en daad.

Hij stuurt Onesimus terug.
Niet met angst. Maar met geloof. Met een brief vol hoop, vol overtuiging.

Paulus wil dat het evangelie niet stopt bij mooie woorden, maar leeft, beweegt, harten verandert…

Dat broeders broeders zijn in Christus.
Dat er geen rang meer is. Geen slaaf. Geen vrije. Geen hoog of laag.

In Jezus…
zijn we gelijk.
Eén.

En dan dat ene, machtige moment:

Paulus zegt…
“Als hij je iets schuldig is…
zet het op mijn rekening.”

Klinkt dat bekend?

 

Dat is Jezus die spreekt, door Paulus heen. Ik betaal het wel voor jou.

Jezus die zelf zei: “Vader, vergeef het hen…”

Jezus die zondaren niet veroordeelt maar uitnodigt.

Jezus die onze schuld, al wat wij gebroken hebben, al wat wij te betalen hadden, op Zich nam.

Dat is wat Paulus hier doet. Het vertelt het evangelie en hij leeft het evangelie.

Wat een voorbeeld.
Wat een brief.
Wat een Redder… die was er natuurlijk eerst!

Er is ook nog een vierde partij die beter wordt van Paulus’ brief aan Philemon. Dat zijn wij!

Straks gaan we weer samen in een kring staan om avondmaal te vieren. Om te vieren (!) – het is een feest, het avondmaal – om te vieren dat Jezus zichzelf voor ons gegeven heeft, terwijl we geen vanzelfsprekende relatie hadden, wij en Jezus.

Hij wist het, hoe we ons zouden gedragen, hoe we zouden denken, hoe we Hem zouden negeren, hoe we helemaal zouden opgaan in geheel andere dingen, hoe belangrijk we onszelf zouden vinden…

Wij gedragen ons als weggelopen slaven én als slechte meesters tegelijkertijd. Hij wist het dat het zo zou gaan, en toch heeft hij zich voor ons gegeven, heeft hij voor ons geleden, heeft hij voor ons gedragen…

Straks staan we samen in de kring…  en die kring is ook weer een niet vanzelfsprekende relatie.

Het is de Heer die ons hier samenbrengt, jong en oud, van veraf en van dichtbij, jarenlang gelovig, of pas komen piepen. Iedereen is gelijk in die kring, we zijn broeders en zusters van elkaar en er is maar één legitieme manier om met elkaar om te gaan, dat is door elkaar lief te hebben.

Elkaars fouten niet aan te rekenen, elkaar te helpen om te groeien, het evangelie te leven, in de blik die je elkaar gunt, in het luisterend oor dat je biedt, in het gebed voor elkaar, …

Het is nooit vanzelfsprekend, maar het is altijd mooi

Om op die manier door het leven te gaan,

Meer nog… dàt is leven! Het evangelie dat mensen bevrijdt van hun schuld, van hun egoïsme, van hun blinde vlekken, het evangelie dat ons steeds meer laat groeien in liefde voor die niet vanzelfsprekende ander…

Dat is léven!

Het evangelie van bevrijding – we mogen ademen

Het evangelie van vergeven – we mogen anderen levensadem schenken

Het evangelie van de liefde – we mogen laten zien wie God is.

 

Ik ga hier stoppen met spreken, want deze brief, die is kort in woorden, het is de daadkracht die ons hart raakt, die nog steeds ons hart raakt. Het evangelie moet je verkondigen al doende. En we beginnen zo meteen, met het delen van brood en wijn.

Zoals Philemons hart ongetwijfeld geraakt werd door Paulus’ liefde, zo is het aan ons om die liefde verder, steeds verder uit te dragen.

De liefde die al in het Oude Testament staat: een slaaf die bij jou toevlucht zoekt, stuur je niet terug naar zijn meester.

Hou van God en hou van mensen!

 

Go to Top